"All music is folk music. I ain't never heard no horse sing a song" Louis Armstrong

zondag 28 juli 2013

Josienne Clarke & Ben Walker, Fire & Fortune.

Bij beluistering van het debuutalbum One Light Is Gone van Josienne Clarke uit 2010 stokte de adem in mijn keel. Zitten en luisteren, iets anders zat er niet op. Haar stem klassiek geschoold, krachtig, hoog en zuiver. Her en der riep zij hiermee herinneringen aan Shelagh McDonald, Anne Briggs en Sandy Denny op. De muziek greep terug naar de Britse folk van eind jaren zestig, begin jaren zeventig. Clarke werd ondersteund door gitarist Ben Walker spelend in de traditie van o.a. Bert Jansch en Martin Simpson. Het album ademde één en al verstilde melancholische schoonheid uit. Hoewel dit debuut terecht alom geprezen werd was er toch ook kritiek: het album kende namelijk geen enkele traditional.

Om aan deze kritiek tegemoet te komen stelden Josienne Clarke & Ben Walker twee jaar later het geheel uit traditionals opgetrokken The Seas Are Deep samen waarbij Walkers naam vanaf nu ook op de hoes mocht prijken. Negen fraai getoonzette liederen stelden alsnog de kritische achterban tevreden. Nu ruim een jaar later brengen beiden opvolger Fire & Fortune uit.




Van meet af aan heb ik het werk van Josienne Clarke en Ben Walker hoog zitten. Tegelijkertijd moet ik bekennen dat het mij gemakkelijk valt dit vooral te bewonderen. Echt in het hart sluiten gelukte mij vaker niet gemakkelijk. Dat zal iets te doen hebben met het welhaast hoofse karakter van het werk. Met het nieuwe album Fire & Fortune slaat men niet zozeer nieuwe wegen in, wel brengen beiden vaker variatie aan.

Het album opent grandioos met het delicate After Me. Evenals opvolger The Month Of January klinken deze ingetogen stukken vertrouwd in de oren waarbij Clarke in laatstgenoemde traditional met altblokfluit de nodige luister bij zet evenals de cello van Jo Silverston (Emily Baker & The Red Clay Halo). Traditional The Seasons tapt echter uit een ander vaatje. Hier kleuren een jazzy saxofoon (Clarke) en zoemende staande bas (John Parker) de bezongen seizoenen geheel anders in waarna brushes en piano (Jim Moray) die losse sfeer vast houden in het zelfgeschreven Another Perfect Love. Wat staan deze nieuwe kleuren hen goed. Dit smaakt naar meer!

 


De traditional My Love Is Like A Red Red Rose is vervolgens gevat in een gracieus strijkersarrangement. De gedragen stem van Clarke klinkt intens waarna melancholie op diezelfde stembanden neerslaat in hoogtepunt Sycamore Tree. De verstilde sfeer slaat vervolgens meteen om met chant en titelnummer Fire & Fortune. Bewonderenswaardig hoe men op dit album met stemmingen en sfeer speelt.

Naar ingetogen folk keren beiden terug door traditional Green Grow The Laurels vast te leggen waarbij het strijkersarrangement wederom weet te imponeren. Dat Clarke met haar stem smeken kan, laat zij in het smeulende Anyone But Me horen. Hier reikt zij dieper naar binnen dan ooit te voren. Het album sluit even later af met traditional When A Knight Won His Spurs. Het inventieve en kristalheldere gitaarspel van Walker en de stem van Clarke resoneren nog lange tijd na in zowel hoofd als hart.




Josienne Clarke & Ben Walker brengen met Fire & Fortune een zeer gevarieerd album. Dit album laat zich als een ware groeibriljant kennen en opent nieuwe mogelijkheden. Voor folk liefhebbers zoals ik: één van de belangrijkste albums van dit rijke jaar.


Hans Jansen.

Website http://josienneclarke.co.uk/
Releasedatum 22 juli 2013 Navigator Records.

 

vrijdag 26 juli 2013

Dory Previn, Mythical Kings and Inguanas/ Reflections in a Mud Puddle.

Op 14 februari vorig jaar overleed Dory Previn. Het door mij geschreven in memoriam eindigde ik toen met: “Het belangrijkste van jazz doortrokken werk van Dory Previn staat wat mij betreft op gelijke hoogte met artiesten als Joni Mitchell en Phoebe Snow. Het is tijd om deze verloren gewaande muzikale schatten weer opnieuw te ontdekken”.

Begin september a.s. wordt de luisteraar hiertoe in de gelegenheid gesteld door een heruitgave van twee van haar belangrijkste albums op één schijfje. Het gaat om Mythical Kings and Inguanas en Reflections in a Mud Puddle.

 


Dory Previn was getrouwd met componist en dirigent Andre Previn, samen schreven zij diverse soundtracks. In 1970 scheidde het paar, waarna haar ex-partner met Mia Farrow hertrouwde. Previn verwerkte haar gevoelens van deze scheiding en haar algehele mentale crisis in bijzonder persoonlijke teksten, waarbij zij in Beware Of Young Girls van haar debuutalbum On My Way Where zonder omwegen met Mia Farrow afrekende. 

Met haar tweede album Mythical Kings and Iguanas en het daarop volgende Reflections in a Mud Puddle namen haar de successen verder toe. Vliegangst beperkte jarenlang haar carrière. Live optredens waren hierdoor een zeldzaamheid.



Op haar albums balanceerde Dory Previn tussen intens bitterzoete persoonlijke teksten en breder maatschappelijk commentaar. Zo handelde A Stone For Bessie Smith over de vroegtijdige dood van Janis Joplin en onderzoekt Doppelgänger de wreedheid van de mensheid. 

Op het door mij gekoesterde Mythical Kings and Iguanas doet Dory Previn verslag van haar zoektocht naar een alles vervullende relatie in donkere en licht experimentele folk-ballades.


Hans Jansen.
Releasedatum, 9 september 2013 BGO Records.

woensdag 17 juli 2013

Gregory Alan Isakov, The Weatherman

Sommige mensen verwachten op hun soulalbums schetterend koper. Anderen hopen bij aankoop van hun singer-songwriter albums op scherp gelijnde liedjes met kop en staart. Niet zelden is de uitdaging om dergelijke verwachtingen los te laten en je onbevooroordeeld open te stellen voor wat de artiest in petto heeft. Iets dergelijks overkomt mij nogal eens met de albums van Gregory Alan Isakov.

Zo mistte ik in eerste instantie op This Sea, The Gambler aanvullende arrangementen. Op This Empty Hemisphere dacht ik aanvankelijk net iets teveel pop uit de koker van Josh Ritter te horen. Ook met zijn nieuwste album The Weatherman wierp Isakov weer een drempeltje op. Ditmaal meende ik bij de eerste draaibeurten net iets teveel atmosfeer en te weinig structuur te horen. De ervaring leert: luisteren en vooral loslaten.



Het werk van Gregory Alan Isakov is met The Weatherman niet al teveel veranderd. Het kenmerkt zich als schijnbaar schetsmatig en al associërend tot stand gekomen. Zijn liedjes laten zich veelal als niet al te ingewikkelde verhalen horen. Het werk laat zich tevens als poëtisch en mysterieus kennen. Met The Weatherman borduurt Isakov verder op zijn donkere en plechtstatig vormgegeven romantiek waarin de invloed van Leonard Cohen nooit veraf is. Dit wordt op het nieuwe album gecombineerd met de lichtvoetigheid van Paul Simon. Doorgaans is er sprake van sterke en hypnotiserende melodieën. Zo herkende ik meteen diverse nieuwe stukken van zijn concert een paar maanden geleden.

Het nieuwe album werd in de eenzaamheid van het rustige bergdorpje Nederland Colorado opgenomen. Isakov streefde hierbij naar een rauw en kwetsbaar gevoel. Hij komt met The Weatherman wat mij betreft dicht bij het geluid van zijn live concerten uit. Met de Nederlandse connectie zal het niet verbazen dat mellotron, timpani en piano door Reyn Ouwehand worden bespeeld. Verder laat hij zich ondersteunen door vaste violist Jeb Bows, cellist Phil Parker en toetsenist James Han. Opvallende namen die de fraai uitgewerkte achtergrondkoortjes voor hun rekening nemen zijn Bonnie May Paine (Elephant Revival), Nathaniel Rateliff en maatje Reed Foehl. Bonnie May Paine vergezelde Isakov op zijn laatste tournee en viel toen danig in de smaak met haar aan Natalie Merchant herinnerende stem. Op The Weatherman gaat zij helaas net iets teveel in de koortjes schuil. Gezien haar bijzonder fraaie stem zou ik een meer prominente rol zeer op prijs hebben gesteld.

Het album opent met het atmosferische en meanderende Amsterdam. Eenvoudige toetsen plaatsen een paar accenten waarna het koortje stemmig aanzwelt. Nadere beluistering van dergelijk schetsmatige stukken leert dat zijn werkwijze effect sorteert. De warm melancholische stroom haakt zich namelijk onverbiddelijk in de hersenpan vast. Gevoelens van eenzaamheid worden vervolgens in Saint Valentine geraffineerd verpakt in een springerig en speels arrangement schijnbaar rechtstreeks afkomstig uit de catalogus van Paul Simon vergezeld van de koortjes die het werk van Leonard Cohen zo kenmerken. Met het tekstueel sterke Living Proof levert Isakov een vergelijkbare prestatie af en is het genieten van lyriek als: “she held onto my coat that night, like a kid lost in her sleeves”.  Verder vallen ineens hier maar ook elders op het album de kleine orkestrale draaikolkjes op die plots komen opzetten en dan weer verdwijnen. Intrigerend.


Het ingetogen Astronaut voelt als een weldadige warme stroom voorzien van net dat kleine beetje onderhuidse spanning waarna de door banjo gedreven instrumental California Open Back volgt. Vervolgens wordt de deur naar de door Ron Scott geschreven live favoriet The Universum geopend. Het betreft een poëtische kijk op de min of meer zorgelijke staat van de planeet. Met Honey, It’s Allright brengt Gregory Alan Isakov troostende woorden omtrent het thema eenzaamheid: het is goed om alleen te zijn. Het prachtige koortje zalft de bezongen eenzame ziel gloedvol. Heerlijke bluegrass kleurt daarna het aanstekelijke All Shades Of Blue. Viool en banjo doen hierbij naar de eerste de beste veranda wegdromen. Isakov sluit ingetogen af met She Always Takes It Black en haakt met zijn hypnotiserende geluid rechtstreeks naar opener Amsterdam waarmee de cirkel rond is.

Met het buitengewoon sfeervolle en kwetsbare The Weatherman sluit Gregory Alan Isakov een bijzonder fraaie trilogie af. Stijl en inhoud sluiten ook hier weer nagenoeg perfect op elkaar aan.


Hans Jansen.

Release datum 9 juli 2013, Suitcase Town Music.
Website http://gregoryalanisakov.com/


woensdag 3 juli 2013

Joy Kills Sorrow, Wide Awake.

Soms is het tijd om de bakens te verzetten. Stringband Joy Kills Sorrow grijpt een recente personeelswisseling aan om het over een andere boeg te gooien. Bassist/ zangeres Bridget Kearny besloot onlangs de band te verlaten en is op het zojuist verschenen minialbum Wide Awake vervangen door bassist/zangeres Zoe Guigueno. Het vertrek van Kearny zal voor het gezelschap een ware aderlating zijn geweest. Dit daar zij op de laatste albums Darkness Sure Becomes This City en This Unknown Science het leeuwendeel van de composities aanleverde. Voor diegenen die onbekend zijn met het werk van Joy Kills Sorrow, deze stringband vist in dezelfde wateren als bijvoorbeeld Uncle Earl, Crooked Still en Lake Street Dive. Het verschil wordt wat mij betreft vooral gemaakt door de zeer getalenteerde vocaliste Emma Beaton voor wiens stem ik nu eenmaal een zwak heb.

 
 
Joy Kills Sorrow heeft op Wide Awake een wat groter, krachtiger en voller geluid gezocht en gevonden. Men heeft tevens de zang van Emma Beaton nog meer willen benadrukken. Nadere beluistering van Wide Awake laat horen dat dit goed gelukt is. De stem van Beaton is geprononceerd in het geluidsbeeld gebracht zonder dat zij hierbij als brulboei is gepositioneerd. Tevens wilde het gezelschap een upbeat album maken, iets dat gelukkig niet ten koste van de meer ingetogen momenten gaat. Ook met Wide Awake trakteert Joy Kills Sorrow op een mix van traditionele bluegrass, oldtime muziek, roots en jazz. Dit is sinds voorganger This Unknown Science tevens doorschoten met ritmiek afkomstig uit de indie-rock.


Het zeven nummers tellende album opent met het door mandoline aangedreven Was It You waarin de staande bas van Guigueno de maat aangeeft. Blijkbaar zijn de verhoudingen met de vertrokken Kearney nog opperbest aangezien op Wide Awake twee composities van haar hand te vinden zijn. Een vertraagd opgenomen mandoline en banjo nemen op Get Along het voortouw alvorens de rest van de band invalt waarna men even later met een fraai snaren breiwerkje de song afsluit. Verder covert men het van Postal Service bekende Such Great Heights. Joy Kills Sorrow trekt dit nummer op geheel eigen wijze naar zich toe. Men ontleedt de oorspronkelijke opname en zet elk akoestisch instrument in een verfrissende rol neer. Dankzij deze werkwijze klinkt het geheel natuurlijk en organisch. Op Working For The Devil laat Emma Beaton zich vocaal gezien welhaast het meest gelden evenals op Jake. Deze song doet mij met zijn heldere structuur en vocale gedrevenheid wel wat denken aan Eli van voorganger This Unknown Science.

Hekkensluiter van dit mini album is het door Kearny geschreven Enlistee. Hier domineren in eerste instantie gitaar en stem. Vervolgens valt de rest van de band zachtjes in om de uitwaaierende stem van Emma Beaton ingetogen naar het einde van het album te begeleiden.

Op Wide Awake verzet Joy Kills Sorrow met beleid de bakens. Men behoudt hierbij de creatieve verbeelding die al het avontuurlijke werk van dit gezelschap zo kenmerkt.


Hans Jansen.
Webpage www.joykillssorrow.com
Releasedatum, 4 juni 2013 Signature Sounds

zondag 30 juni 2013

Jennifer Byrne, Suitcase

De mens is een nomade, altijd op zoek naar een beter leven. Migratiestromen trekken sinds mensenheugenis over de wereld. Ook de Ieren namen hieraan volop deel met als triest hoogtepunt de hongersnood tussen 1845 en 1850. Voor hun voedselvoorzienig was men grotendeels afhankelijk van de aardappeloogst. Toen deze oogst mislukte stierven meer dan één miljoen Ieren de hongerdood en vluchtten miljoenen anderen naar Noord-Amerika, Australië, Nieuw-Zeeland en Groot Brittannië. Ook aan het begin van onze eeuw toen de groei van de Keltische tijger haperde was er een kleine immigratiegolf waar te nemen. Dit gegeven bezingt de Ierse zangeres en songschrijfster Jennifer Byrne op haar debuutalbum.

Jennifer Byrne werd geboren in Dublin. Op jonge leeftijd begon zij met pianolessen waarna een reeks van instrumenten volgde alvorens zij haar stem ontdekte. Byrne studeerde muziek en verwierf een master in etnische muziek. Vervolgens verhuisde zij naar Londen alwaar zij o.a. de traditionele Engelse en Schotse muziek ontdekte. Terug in Ierland legde Byrne zich toe op muziekonderwijs. Langzamerhand begon de behoefte te ontstaan om zelf muziek te schrijven en te verzamelen met als resultaat haar binnenkort te verschijnen debuutalbum Suitcase. Haar mentor Boo Hewerdine zette Jennifer aan tot het schrijven van een aantal songs. Hijzelf leverde ook een tweetal songs aan. Verder zocht Byrne met zorg een drietal covers uit en bewerkte een tekst van Robert Burns.



Suitcase is kristalhelder geproduceerd door Boo Hewerdine die tevens gitaar, bas, harmonium en achtergrondvocalen voor zijn rekening neemt. Belangrijke andere spelers zijn Kris Drever op gitaar en Kevin MCGuire op staande bas. John McCusker bespeelt fluit, viool en citer. Juist hij zorgt op diverse momenten voor het zo kenmerkende Ierse geluid op een album dat voorbeeldig ergens halverwege de Noord-Amerikaanse country en de Ierse traditionele muziek uitgewerkt is. De accordeon van Alan Kelly is tevens onontbeerlijk.

Suitcase opent met titelsong Suitcase of Paper en verwijst naar de kartonnen koffers waarmee jonge Ierse mannen in de jaren vijftig en zestig op weg gingen naar de Engels bouwplaatsen. Op een grijze en mistige ochtend werd de overtocht aanvaard op weg naar een leven vol illusies en beloftes in vaak schamele logementen. Het direct aansprekende en samen met Hewerdine geschreven Safe bezingt vervolgens de immer aanwezige behoefte zich binnen een relatie veilig te weten. De zacht dwingende ritmiek draagt danig bij aan dit vroege hoogtepunt.




Het eerste dat een immigrant van de Verenigde Staten in vervlogen tijden zag was Ellis Island. Byrne bezingt de binnenkomst en controle van de kersverse immigrant in het door Hewerdine geschreven Ellis Island Blues. Brooks Williams levert hier als gastspeler een bijzonder fraaie gitaarpartij aan. Dat ook Patty Griffin over Ierse wortels beschikt werd mij wonderwel via een omweg gewaar tijdens het luisteren naar Suitcase. Het meest pregnant is dit in de bewerking van Robert Burns’ Thou Ling’ring Star te horen. Hier weet Byrne net als Griffin vocaal indringend en diep te raken iets dat ze voort zet met traditional At The Foot of Yon Mountain voorzien van blaartrekkend snarenspul. De al even ingetogen gebrachte traditional Moorlough Shore laat het kippenvel vervolgens op de armen staan.

Jennifer doet met de volgende traditional I Must Away Now vervolgens haar geboorteland Ierland muzikaal eer aan waarbij de prominent aanwezige fluit vrijwel moeiteloos het laatste restje mist over de heide blaast. Met afsluiter en zelfgeschreven pianoballade Strawberry Hills grijpt Byrne rechtstreeks naar de keel.

Suitcase is geen veelbelovend debuut van een beginnend artiest. Dit is een diep doorleefd en gerijpt album. Tijdloze pracht op muziek gezet.


 
 
Hans Jansen.

Webpage http://jenniferbyrne.co.uk/
Releasedatum 22 juli 2013

vrijdag 28 juni 2013

Various Artists, The Liberty To Choose

In 1959, net één jaar voor mijn geboorte, werd The Penguin Book of English Folk Songs gepubliceerd. Dit werd spoedig een bijbel voor veel Engelse folk artiesten. Een nieuwe publicatie van dit werk volgde vorig jaar. De samenstellers voegden na uitgebreid onderzoek diverse stukken toe. Hiermee verdubbelde men de collectie nu uitgebracht onder de titel The New Penguin Book of English Folksongs. De nadruk binnen deze collectie ligt op traditionals populair geworden in het tijdvak 1870-1970.

Initiatiefnemer en producer Paul Adams zocht James Findlay (vocalen, gitaar en viool) Bella Hardy (vocalen en viool), Lucy Ward (vocalen) en Brian Peters (vocalen, melodeon, concertina, gitaar en mandoline) aan om zijn project The Liberty To Choose gestalte te geven. Het betreft een selectie uit de eerder genoemde collectie.

 


Bezige bij Bella Hardy behoeft amper introductie. Zij was dit jaar samen met Eliza Carthy, Lucy Farrell en Kate Young al te horen op hun gezamenlijke project Laylam en bracht onlangs haar nieuwe album Battleplan uit. Ook Lucy Ward zal voor menigeen geen onbekende zijn. Zij debuteerde twee jaar geleden met haar droomdebuut Adelphi Has To Fly en presenteert binnen enkele weken opvolger Single Flame. Ook James Findlay is geen onbekende. Hij heeft al een aantal albums op zijn naam staan en streek in 2010 de BBC Young Folk Award op. Zanger en multi-instrumentalist Brian Peters neemt op deze verzameling de muzikale leiding waardoor de overige drie jonge folk artiesten optimaal tot hun recht komen.

Folksongs vertellen door de eeuwen heen verhalen van mond op mond. Ook deze collectie traditionals vormt hierop geen uitzondering. Hier is maar liefst voor zes a-capella gebrachte stukken gekozen waarbij Bella Hardy met haar heldere en soepele stem aftrapt met The Seeds Of Love. Lucy Ward voegt zich met haar heerlijk licht brutale stem bij Hardy op het messcherp samen gezongen The Trees They Do Grow High. Brian Peters brengt even later op gedragen toon Captain Ward. Het schijnt dat deze kapitein model heeft gestaan voor Captain Jack Sparrow. Het vaak gecoverde drama The Cruel Mother wordt ingetogen vastgelegd door Lucy Ward waarna ook James Findlay de gelegenheid krijgt zich te bewijzen. Met overslaande stem draagt hij overtuigend Claudy Banks voor.

Na alle aandacht voor bovenstaande vocale krachtsinspanningen wordt het tijd om een selectie songs voor het voetlicht te brengen allen voorzien van klein gehouden instrumentatie. Vergezeld van een sprankelende gitaar brengt James Findlay de sierlijke ballade Barbara Allen. Associaties met de onovertroffen Martin Simpson dringen zich onwillekeurig op. Mandoline, viool en koortjes van de overige drie schragen vervolgens The Female Highwayman waarop Lucy Ward met haar kenmerkende tongval schittert. Bella Hardy heeft daarna genoeg aan een zachtjes aangestreken viool om Bonny Light Horseman in de verf te zetten. Ze laat zich hierbij inspireren door eerdere versies van illustere voorgangers Planxty en Nic Jones. Brian Peters pakt even later uit op het gedreven Van Diemen’s Land. Gitaar en viool helpen het verhaal van gedeporteerden naar Tasmanië te vertellen. Vaak was bittere armoede het enige misdrijf dat men op de kerfstok had.

Verhalend over liefde, seks, verraad, verlies, moord en piraterij vormt The Liberty To Choose een onweerstaanbare collectie. Wanneer het ook een keertje wat meer traditioneel mag zijn dan is dit door jonge artiesten zo authentiek gebrachte werk een feest voor de oren.


Hans Jansen.


Releasedatum 10 juni 2013 Fellside

zaterdag 1 juni 2013

Bella Hardy, Battleplan.

Langs het modderige pad loopt een beekje. Een kudde schapen kuiert op zijn gemak door de velden waarvan de randen met sneeuw bedekt zijn. Op een met gras begroeide rots staat een bankje. Hier wordt rust ingeademd met riant uitzicht op de vallei beneden. Dit is de favoriete plek van folk artiest Bella Hardy. "Het is de plaats waarbij ik mij dichtbij voel bij wie ik daadwerkelijk ben. Ik droom vaak van Edale. Wanneer ik visualiseer betreft het vaak zaken uit dit landschap. Het is een inspirerende plek vol met inspirerende mensen."




Bezige bij Bella Hardy bracht in april haar nieuwste album Battleplan uit. Dit is haar zesde album binnen een kleine zes jaar. Bij het tot stand komen van Battleplan liet Hardy zich nogmaals inspireren door haar favoriete landschap onderdeel uitmakend van het Peak District binnen graafschap Derbyshire. Ditzelfde landschap inspireerde Hardy vorig jaar bij het tot stand komen van het album The Dark Peak & The White.

Dit jaar bracht Bella Hardy samen met Eliza Carthy, Lucy Farrell en Kate Young het album Laylam uit. Het betrof een ongedwongen gebrachte collectie originals en covers bol staand van puur spelplezier. Verder vond Hardy vorig jaar de tijd om het kerstalbum Bright Morning Star te maken en zal binnenkort in een volgend folk-project te horen zijn.

Voorganger The Dark Peak & The White betrof een kleinschalig door Kris Drever geproduceerd album. Hier stonden Hardy’s heldere en wendbare stem, viool en harmonium centraal naast de mandoline, staande bas en een (slide) gitaar van Kris Drever. Op Battleplan laat Bella Hardy zich bijstaan door haar begeleiders The Midnight Watch bestaande uit Anna Massie (gitaar, banjo, vocalen), Angus Lyon (toetsen, accordeon, vocalen) en James Lindsay  (staande bas en vocalen). Ook producer Mattie Foulds (o.a. Karine Polwart en Heidi Talbot) rekent zich tot dit gezelschap en levert percussie en piano aan.

Naast fraaie strijkerspartijen blijkt ook de banjo uitstekend in de muziek van Bella Hardy te passen. Zij laat hiervan meteen in opener Good Man’s Wife een voorbeeld horen waarin zij de lotgevallen van een soldatenvrouw bezingt. Verderop het album weet men dit te perfectioneren. De banjo klinkt hier welhaast als percussie instrument binnen Sleeping Beauty even kwetsbaar als een precies uurwerkje.



Op Battleplan verweeft Hardy zelfgeschreven lyriek met oude teksten en combineert zelfgeschreven muziek met traditionals. Zo maakt ze een eigen brouwsel van de piano gedreven traditional Whisky You’re The Devil waarin ze tevens stukken uit Love Farewell verwerkt die ze ooit uit de mond van Eliza Carthy hoorde. Ook op True Hearted Girl mengt zij verschillende songs tot een fraai geheel. Hier geeft een accordeon de toon aan in deze over syfilis handelende ballade die stevig knipoogt naar de gelijknamige song van Norma en Lal Waterson.

Na de pianoballade Yellow Handkerchief stort Hardy zich in het gedreven Three Pieces Of My Heart. Deze waarschuwing om zich niet met ontrouwe minnaars in te laten spreekt meteen aan. Het kan net als Labyrinth van het album Songs Lost & Stolen dienen als ideaal studiemateriaal voor Kate Bush mocht ze ooit van plan zijn om een overdaad aan studiotechniek en pathos links te laten liggen. Verderop leeft Mattie Foulds zich met bonkende percussie uit op Through Lonesome Woods vergezeld door de viool van Bella Hardy. Dit is één van de eerste traditionele songs die Hardy zichzelf ooit leerde gevolgd door The Seventh Girl waarin viool en accordeon nogmaals de toon aangeven. Het laatste drietal songs bestaat uit de zelfgeschreven piano-ballade Maybe You Might en moeilijk uit het hoofd te krijgen folk-pop song Drifting Away. Afsluiter is traditional en zeemanslied One More Day hier gezongen als ballade waarin de bezongen zeelui welhaast de wal al ruiken.

Op Battlepan combineert Bella Hardy traditionele folk songs met nieuwe arrangementen en eigen composities. Een amalgaan van verschillende stijlen en variaties levert welhaast het ideale Bella Hardy album op.


Hans Jansen.
Webpage http://www.bellahardy.com/
Releasedatum, 22 april 2013 Noe Records