"All music is folk music. I ain't never heard no horse sing a song" Louis Armstrong

zondag 30 juni 2013

Jennifer Byrne, Suitcase

De mens is een nomade, altijd op zoek naar een beter leven. Migratiestromen trekken sinds mensenheugenis over de wereld. Ook de Ieren namen hieraan volop deel met als triest hoogtepunt de hongersnood tussen 1845 en 1850. Voor hun voedselvoorzienig was men grotendeels afhankelijk van de aardappeloogst. Toen deze oogst mislukte stierven meer dan één miljoen Ieren de hongerdood en vluchtten miljoenen anderen naar Noord-Amerika, Australië, Nieuw-Zeeland en Groot Brittannië. Ook aan het begin van onze eeuw toen de groei van de Keltische tijger haperde was er een kleine immigratiegolf waar te nemen. Dit gegeven bezingt de Ierse zangeres en songschrijfster Jennifer Byrne op haar debuutalbum.

Jennifer Byrne werd geboren in Dublin. Op jonge leeftijd begon zij met pianolessen waarna een reeks van instrumenten volgde alvorens zij haar stem ontdekte. Byrne studeerde muziek en verwierf een master in etnische muziek. Vervolgens verhuisde zij naar Londen alwaar zij o.a. de traditionele Engelse en Schotse muziek ontdekte. Terug in Ierland legde Byrne zich toe op muziekonderwijs. Langzamerhand begon de behoefte te ontstaan om zelf muziek te schrijven en te verzamelen met als resultaat haar binnenkort te verschijnen debuutalbum Suitcase. Haar mentor Boo Hewerdine zette Jennifer aan tot het schrijven van een aantal songs. Hijzelf leverde ook een tweetal songs aan. Verder zocht Byrne met zorg een drietal covers uit en bewerkte een tekst van Robert Burns.



Suitcase is kristalhelder geproduceerd door Boo Hewerdine die tevens gitaar, bas, harmonium en achtergrondvocalen voor zijn rekening neemt. Belangrijke andere spelers zijn Kris Drever op gitaar en Kevin MCGuire op staande bas. John McCusker bespeelt fluit, viool en citer. Juist hij zorgt op diverse momenten voor het zo kenmerkende Ierse geluid op een album dat voorbeeldig ergens halverwege de Noord-Amerikaanse country en de Ierse traditionele muziek uitgewerkt is. De accordeon van Alan Kelly is tevens onontbeerlijk.

Suitcase opent met titelsong Suitcase of Paper en verwijst naar de kartonnen koffers waarmee jonge Ierse mannen in de jaren vijftig en zestig op weg gingen naar de Engels bouwplaatsen. Op een grijze en mistige ochtend werd de overtocht aanvaard op weg naar een leven vol illusies en beloftes in vaak schamele logementen. Het direct aansprekende en samen met Hewerdine geschreven Safe bezingt vervolgens de immer aanwezige behoefte zich binnen een relatie veilig te weten. De zacht dwingende ritmiek draagt danig bij aan dit vroege hoogtepunt.




Het eerste dat een immigrant van de Verenigde Staten in vervlogen tijden zag was Ellis Island. Byrne bezingt de binnenkomst en controle van de kersverse immigrant in het door Hewerdine geschreven Ellis Island Blues. Brooks Williams levert hier als gastspeler een bijzonder fraaie gitaarpartij aan. Dat ook Patty Griffin over Ierse wortels beschikt werd mij wonderwel via een omweg gewaar tijdens het luisteren naar Suitcase. Het meest pregnant is dit in de bewerking van Robert Burns’ Thou Ling’ring Star te horen. Hier weet Byrne net als Griffin vocaal indringend en diep te raken iets dat ze voort zet met traditional At The Foot of Yon Mountain voorzien van blaartrekkend snarenspul. De al even ingetogen gebrachte traditional Moorlough Shore laat het kippenvel vervolgens op de armen staan.

Jennifer doet met de volgende traditional I Must Away Now vervolgens haar geboorteland Ierland muzikaal eer aan waarbij de prominent aanwezige fluit vrijwel moeiteloos het laatste restje mist over de heide blaast. Met afsluiter en zelfgeschreven pianoballade Strawberry Hills grijpt Byrne rechtstreeks naar de keel.

Suitcase is geen veelbelovend debuut van een beginnend artiest. Dit is een diep doorleefd en gerijpt album. Tijdloze pracht op muziek gezet.


 
 
Hans Jansen.

Webpage http://jenniferbyrne.co.uk/
Releasedatum 22 juli 2013

vrijdag 28 juni 2013

Various Artists, The Liberty To Choose

In 1959, net één jaar voor mijn geboorte, werd The Penguin Book of English Folk Songs gepubliceerd. Dit werd spoedig een bijbel voor veel Engelse folk artiesten. Een nieuwe publicatie van dit werk volgde vorig jaar. De samenstellers voegden na uitgebreid onderzoek diverse stukken toe. Hiermee verdubbelde men de collectie nu uitgebracht onder de titel The New Penguin Book of English Folksongs. De nadruk binnen deze collectie ligt op traditionals populair geworden in het tijdvak 1870-1970.

Initiatiefnemer en producer Paul Adams zocht James Findlay (vocalen, gitaar en viool) Bella Hardy (vocalen en viool), Lucy Ward (vocalen) en Brian Peters (vocalen, melodeon, concertina, gitaar en mandoline) aan om zijn project The Liberty To Choose gestalte te geven. Het betreft een selectie uit de eerder genoemde collectie.

 


Bezige bij Bella Hardy behoeft amper introductie. Zij was dit jaar samen met Eliza Carthy, Lucy Farrell en Kate Young al te horen op hun gezamenlijke project Laylam en bracht onlangs haar nieuwe album Battleplan uit. Ook Lucy Ward zal voor menigeen geen onbekende zijn. Zij debuteerde twee jaar geleden met haar droomdebuut Adelphi Has To Fly en presenteert binnen enkele weken opvolger Single Flame. Ook James Findlay is geen onbekende. Hij heeft al een aantal albums op zijn naam staan en streek in 2010 de BBC Young Folk Award op. Zanger en multi-instrumentalist Brian Peters neemt op deze verzameling de muzikale leiding waardoor de overige drie jonge folk artiesten optimaal tot hun recht komen.

Folksongs vertellen door de eeuwen heen verhalen van mond op mond. Ook deze collectie traditionals vormt hierop geen uitzondering. Hier is maar liefst voor zes a-capella gebrachte stukken gekozen waarbij Bella Hardy met haar heldere en soepele stem aftrapt met The Seeds Of Love. Lucy Ward voegt zich met haar heerlijk licht brutale stem bij Hardy op het messcherp samen gezongen The Trees They Do Grow High. Brian Peters brengt even later op gedragen toon Captain Ward. Het schijnt dat deze kapitein model heeft gestaan voor Captain Jack Sparrow. Het vaak gecoverde drama The Cruel Mother wordt ingetogen vastgelegd door Lucy Ward waarna ook James Findlay de gelegenheid krijgt zich te bewijzen. Met overslaande stem draagt hij overtuigend Claudy Banks voor.

Na alle aandacht voor bovenstaande vocale krachtsinspanningen wordt het tijd om een selectie songs voor het voetlicht te brengen allen voorzien van klein gehouden instrumentatie. Vergezeld van een sprankelende gitaar brengt James Findlay de sierlijke ballade Barbara Allen. Associaties met de onovertroffen Martin Simpson dringen zich onwillekeurig op. Mandoline, viool en koortjes van de overige drie schragen vervolgens The Female Highwayman waarop Lucy Ward met haar kenmerkende tongval schittert. Bella Hardy heeft daarna genoeg aan een zachtjes aangestreken viool om Bonny Light Horseman in de verf te zetten. Ze laat zich hierbij inspireren door eerdere versies van illustere voorgangers Planxty en Nic Jones. Brian Peters pakt even later uit op het gedreven Van Diemen’s Land. Gitaar en viool helpen het verhaal van gedeporteerden naar Tasmanië te vertellen. Vaak was bittere armoede het enige misdrijf dat men op de kerfstok had.

Verhalend over liefde, seks, verraad, verlies, moord en piraterij vormt The Liberty To Choose een onweerstaanbare collectie. Wanneer het ook een keertje wat meer traditioneel mag zijn dan is dit door jonge artiesten zo authentiek gebrachte werk een feest voor de oren.


Hans Jansen.


Releasedatum 10 juni 2013 Fellside

zaterdag 1 juni 2013

Bella Hardy, Battleplan.

Langs het modderige pad loopt een beekje. Een kudde schapen kuiert op zijn gemak door de velden waarvan de randen met sneeuw bedekt zijn. Op een met gras begroeide rots staat een bankje. Hier wordt rust ingeademd met riant uitzicht op de vallei beneden. Dit is de favoriete plek van folk artiest Bella Hardy. "Het is de plaats waarbij ik mij dichtbij voel bij wie ik daadwerkelijk ben. Ik droom vaak van Edale. Wanneer ik visualiseer betreft het vaak zaken uit dit landschap. Het is een inspirerende plek vol met inspirerende mensen."




Bezige bij Bella Hardy bracht in april haar nieuwste album Battleplan uit. Dit is haar zesde album binnen een kleine zes jaar. Bij het tot stand komen van Battleplan liet Hardy zich nogmaals inspireren door haar favoriete landschap onderdeel uitmakend van het Peak District binnen graafschap Derbyshire. Ditzelfde landschap inspireerde Hardy vorig jaar bij het tot stand komen van het album The Dark Peak & The White.

Dit jaar bracht Bella Hardy samen met Eliza Carthy, Lucy Farrell en Kate Young het album Laylam uit. Het betrof een ongedwongen gebrachte collectie originals en covers bol staand van puur spelplezier. Verder vond Hardy vorig jaar de tijd om het kerstalbum Bright Morning Star te maken en zal binnenkort in een volgend folk-project te horen zijn.

Voorganger The Dark Peak & The White betrof een kleinschalig door Kris Drever geproduceerd album. Hier stonden Hardy’s heldere en wendbare stem, viool en harmonium centraal naast de mandoline, staande bas en een (slide) gitaar van Kris Drever. Op Battleplan laat Bella Hardy zich bijstaan door haar begeleiders The Midnight Watch bestaande uit Anna Massie (gitaar, banjo, vocalen), Angus Lyon (toetsen, accordeon, vocalen) en James Lindsay  (staande bas en vocalen). Ook producer Mattie Foulds (o.a. Karine Polwart en Heidi Talbot) rekent zich tot dit gezelschap en levert percussie en piano aan.

Naast fraaie strijkerspartijen blijkt ook de banjo uitstekend in de muziek van Bella Hardy te passen. Zij laat hiervan meteen in opener Good Man’s Wife een voorbeeld horen waarin zij de lotgevallen van een soldatenvrouw bezingt. Verderop het album weet men dit te perfectioneren. De banjo klinkt hier welhaast als percussie instrument binnen Sleeping Beauty even kwetsbaar als een precies uurwerkje.



Op Battleplan verweeft Hardy zelfgeschreven lyriek met oude teksten en combineert zelfgeschreven muziek met traditionals. Zo maakt ze een eigen brouwsel van de piano gedreven traditional Whisky You’re The Devil waarin ze tevens stukken uit Love Farewell verwerkt die ze ooit uit de mond van Eliza Carthy hoorde. Ook op True Hearted Girl mengt zij verschillende songs tot een fraai geheel. Hier geeft een accordeon de toon aan in deze over syfilis handelende ballade die stevig knipoogt naar de gelijknamige song van Norma en Lal Waterson.

Na de pianoballade Yellow Handkerchief stort Hardy zich in het gedreven Three Pieces Of My Heart. Deze waarschuwing om zich niet met ontrouwe minnaars in te laten spreekt meteen aan. Het kan net als Labyrinth van het album Songs Lost & Stolen dienen als ideaal studiemateriaal voor Kate Bush mocht ze ooit van plan zijn om een overdaad aan studiotechniek en pathos links te laten liggen. Verderop leeft Mattie Foulds zich met bonkende percussie uit op Through Lonesome Woods vergezeld door de viool van Bella Hardy. Dit is één van de eerste traditionele songs die Hardy zichzelf ooit leerde gevolgd door The Seventh Girl waarin viool en accordeon nogmaals de toon aangeven. Het laatste drietal songs bestaat uit de zelfgeschreven piano-ballade Maybe You Might en moeilijk uit het hoofd te krijgen folk-pop song Drifting Away. Afsluiter is traditional en zeemanslied One More Day hier gezongen als ballade waarin de bezongen zeelui welhaast de wal al ruiken.

Op Battlepan combineert Bella Hardy traditionele folk songs met nieuwe arrangementen en eigen composities. Een amalgaan van verschillende stijlen en variaties levert welhaast het ideale Bella Hardy album op.


Hans Jansen.
Webpage http://www.bellahardy.com/
Releasedatum, 22 april 2013 Noe Records

maandag 27 mei 2013

Gavin Davenport, video Wooden Swords And May Queens.



Folkzanger Gavin Davenport maakte een video bij zijn Wooden Swords And May Queens afkomstig van zijn laatste album The Bone Orchard.
Met deze video plaatst Davenport zijn song in een fraai historisch perspectief.

Zie elders op deze pagina's voor een review van The Bone Orchard.






zondag 26 mei 2013

Hem, Departure & Farewell

Eind april verscheen het nieuwe album van country-folkorkest Hem. Het onder de veelzeggende titel Departure and Farewell gepresenteerde album is het eerste volledige studio album sinds 2006. Hem leek na onderlinge schermutselingen ter ziele te zijn gegaan. Gelukkig heeft men ervoor gekozen zich te hergroeperen om vervolgens het meest emotionele en afwisselende album toe nu toe af te leveren. Hem debuteerde in 2001 met het relatief eenvoudig klinkende Rabbit Songs om drie jaar later door te pakken met het weelderig georkestreerde Eveningland. In 2006 bracht men een verzameling covers, rarities, demo’s en live stukken uit onder de titel No Word From Tom nog datzelfde jaar gevolgd door het schitterende Funnel Cloud waarop men de draad van Eveningland weer oppakt. Tussendoor vindt men de tijd voor diverse projecten als een e.p. met The Autumn Defense en schrijft men de partituur Twelfth Night bij een toneelstuk van Shakespeare.

 


Het nieuwe album is voorzien van een 35-koppig orkest en integreert nieuwe stijlen als gospel, New Orleans jazz en laat tevens een nieuwe speelsheid horen. Ondanks de toevoeging van instrumenten en stijlen klinken de statige country-folk hymnen nergens overdadig maar afgewogen en verfijnd. De belangrijkste attractie is en blijft de vriendelijke en tedere stem van zangeres Sally Ellyson. Liefhebbers van het werk van Natalie Merchant maar ook Catie Curtis zullen hier het nodige van hun gading vinden.

Het album opent met titelsong Departure and Farewell. Met dit afscheidslied gericht aan een voormalige geliefde legt Hem vertrouwde lijntjes naar het eigen muzikale verleden.
Opvolger Walking Past The Graveyard, Not Breathing laat met zijn weelderige instrumentatie een ander geluid horen. Hier voeren gospelkoor en naar New Orleans neigende blazers de boventoon. Pure poëzie is te horen in The Jack Pine waar een stil wiegende steel gitaar partij biedt aan een zachtjes op de achtergrond ronkende elektrische gitaar.



Met de single Tourniquet portretteert Hem, afkomstig uit New York, de thuisbasis Brooklyn. De stem van Sally Ellyson is bijzonder geschikt voor wiegeliedjes, met Seven Angels laat men hiervan een treffend voorbeeld horen. Even verderop legt men Bird Song vast, dit is Hem ten voeten uit. Het is voorbeeldig geïnstrumenteerd en pretendeert niet meer te zijn dan het is: een mooi slaapliedje voor volwassen. Hem heeft een zwak voor liedjes handelend over reizen en reizigers. Na Cincinnati Traveler en The City And The Traveler van eerdere albums vraagt men nu aandacht voor Traveler’s Song. Reizen en gevoelens van heimwee worden treffend verbeeld in deze door piano gedragen song voorzien van naar New Orleans hakende blazers.
Met Last Call bezingt men zowel de geneugtes van reizen en avontuur als van simpelweg thuisblijven. De zachte samenzang van Hem stelt Ellyson in de gelegenheid om stilletjes aan naar een hoogtepunt toe te werken en te gloriëren. Afsluiter So Long grijpt terug naar gospel. Koor en blazers kunnen binnen deze finale de onderhuidse spanning en smeulende passie gelukkig amper toedekken.

 
 
Op Departure and Farewell wordt de onderscheidende stem van Sally Ellyson vergezeld van een keur aan instrumenten. Men weet hiermee elk nummer in al zijn genuanceerde gelaagdheid tot een uniek geheel te maken. Met meer muzikale zeggingskracht dan ooit tevoren slaat Hem voorzichtig nieuwe wegen in.


Hans Jansen.
Webpage http://www.hemmusic.com/
Releasedatum, 29 april 2013 Self rel.







zondag 12 mei 2013

Gavin Davenport, The Bone Orchard.

De uit het Noord Engelse Sheffield afkomstige Gavin Davenport bracht onlangs zijn tweede album The Bone Orchard uit. Op zijn debuutalbum Brief Lives liet deze zanger en multi-instrumentalist zich vorig jaar horen als een zeer verdienstelijke vertolker van veelal traditioneel materiaal. Op The Bone Orchard laat Gavin Davenport (zang, gitaar, mandoline, concertina, vijf-snarige banjo) zich vergezellen door Tom Kitching (viool) Nick Cooke (diatonisch accordeon) en Tim Yates (contrabas, diatonisch accordeon). Gastrollen zijn er voor Jim Causley (zang) Jim Molyneux (percussie) Martin Keates (draailier) Ben Trott (slide gitaar) en Aaron Stanton (percussie).

Naast deze kern van muzikanten laat Davenport zich op diverse stukken vergezellen door diverse vocalisten en kennen enkele tracks extra aankleding in de vorm van strijkers- of blaasarrangementen. Violist Tom Kitching lijkt op The Bone Orchard vrijwel alomtegenwoordig te zijn en hiermee een belangrijk steunpilaar voor het geluid van dit over de gehele linie sterke album. Naast multi-instrumentalist wil Gavin Davenport zich eerst en vooral als zanger manifesteren. Juist hieraan heeft hij op dit album de nodige aandacht besteed. Met zijn kalme stem vertelt hij in verschillende toonaarden en met nuance volksverhalen.


Het album opent met over deportatie verhalende Whitby Lad waarbij Davenport tevens gedeeltes uit Mike Waterson’s versie aan de zijne toevoegt. Verderop het album bezingt hij nogmaals de verschrikkingen van ballingschap binnen Jim Jones in Botany Bay. Het gaat om dezelfde baai waarin Whity Lad is gesitueerd. De klaaglijke melodie onderstreept de gevoelens van de onvrijwillig naar Australië verscheepte bannelingen. Het opgewekt gebrachte Castle by the Sea staat in schril contrast met de wederwaardigheden van de geportretteerde seriemoordenaar in vervlogen tijden. Opvallend is vervolgens de ballade Farewell To Yorkshire die enige overeenkomst met de melodie van traditional Spencer The Rover kent.

De ballade Fair Rosamund kent de meest uitgewerkte orkestratie waarin een welhaast filmisch klinkende viool, viola en cello centraal staan. Even verderop het album blijkt Wooden Swords And May Queens over een wervelende blazerssectie te beschikken nadat het geheel met de samples van een radioprogramma opende. Titelsong Form The Bone Orchard opent met een mooie mandoline en dient als Davenports persoonlijke tribuut aan allen die de folk traditie levend wensen te houden en is doorspekt met gesampelde stemmen.



Verdere favorieten zijn wat mij betreft het door banjo en slide gitaar gedreven Creeping Jane en het door accordeon bepaalde Long Legged Lurcher Dog. Hier blijkt uiteindelijk ook de lange arm van de wet een aandeel in de bezongen strooppartij te hebben.
Het van fraaie draailier voorziene Bold Dragoon wordt gevolgd door het a capella gebrachte Banks Of Yarrow waarin Jim Causley tevens figureert. Davenport sluit af met Hymn  For The New Year. Hij presenteert dit lied als alternatief voor het bekende Auld Lang Syne, het nieuwe jaar mag hoopvol en positief bezien worden.


Ook op zijn tweede album The Bone Orchard is de Engelse folk traditie bij Gavin Davenport in kundige handen. Hij brengt die traditie met gedurfde arrangementen waardoor er een uitdagend en gevarieerd album ontstaat. Liefhebbers van het werk van o.a. Chris Sarjeant doen er goed aan hun oren hier ook eens aan te lenen.

Hans Jansen.

Releasedatum 11 maart 2013, Haystack Records.
 
 

zondag 5 mei 2013

Chris Wood, None The Wiser.

Het is alweer ruim drie jaar geleden dat Chris Wood met zijn laatste album Handmade Life op de proppen kwam. Wood zette met dat album een maatschappelijk getint maar ook ontroerend album neer. Muzikaal mooi klein gehouden, meer dan drums, trombone, cello en gitaar was niet nodig om de toenmalige state of the union neer te zetten. Zijn veelal op de actualiteit geënte teksten beschouwden het groeiende onbehagen heersend binnen een samenleving die zowel in crisis als in transitie verkeerd. De afgelopen tijd maakte Wood onderdeel uit van de begeleidingsband van Joan Armatrading. Samen met haar bereisde hij het Verenigd Koninkrijk en doet hiervan verslag op zijn nieuwste album None The Wiser.


Tijdens zijn reis zonk het Verenigd Koninkrijk net als de rest van Europa verder weg in diepe recessie. De ons regerende politici roepen machteloos op tot kalmte en vertrouwen. Individuele burgers ervaren echter de economische crises niet zelden direct aan den lijve. Op voorganger Handmade Life bezong Wood treffend deze vertrouwenscrises. Hij voorzag dat mensen zichzelf terug te trekken om hun eigen leven in kleinere verbanden vorm te geven. Op None The Wiser verklaart Wood dat wij steeds meer op onszelf teruggeworpen zijn en dat onze kracht en toekomst juist in kleine onderlinge verbanden ligt. Iets van de kracht van deze organisch gegroeide menselijke maat moet hij welhaast symbolisch tot uitdrukking hebben willen brengen door zichzelf af te laten beelden binnen een grafisch raster van een boom met zijn vele jaarringen.

Net als op voorganger Handmade Life brengt Wood zijn nieuwste album binnen een bescheiden muzikale setting. Ditmaal is er voor de staande bas gekozen, fabuleus bespeeld door Neil Harland. Hier worden herinneringen opgeroepen aan het allermooiste werk dat Danny Thompson met John Martyn bracht. Verder wordt het geluidsbeeld prominent gekleurd door het warme Hammondorgel van Justin Mitchell die tevens Wurlitzer en Flügelhorn bespeeld. Martin Butler draagt fraai pianospel aan. Chris Wood vertelt zijn verhalen met kenmerkende kalme en gezaghebbende stem waarbij het album verder gedragen wordt door de donkere bariton van de vintage semi-akoestische Epiphone Century gitaar.

Met titelnummer None The Wiser zet Wood de toon en haalt velerlei overhoop om het ontwrichte leven van Jan Modaal in de verf te zetten. Niets lijkt nog onder controle in het leven waarin o.a. al dan niet louche financieel adviseurs het beeld bepalen en de dochter van een kennis zich genoodzaakt ziet haar studie met inkomsten uit telefoonseks te betalen.

Het Hammond orgel van Mitchell draagt vervolgens het door William Blake gedichte Jerusalem. Het handelt over een in vervlogen tijden gedroomd bezoek van Jezus aan Engeland. Binnen het bestek van dit album tevens te beschouwen als een strijdbare oproep om alsnog samen het land van melk en honing te bouwen.

Met het tedere The Sweetness Game brengt Wood naar eigen zeggen zowel een protest- als een liefdeslied. Temidden van het gesjoemel en de chaos is er gelukkig nog steeds sprake van onderlinge verbondenheid en liefde. Een prachtige Flügelhorn zet de frase my love is a cliché free zone passend luister bij. In het gedreven A Whole Live Lived bezingt Wood hoe de jongeman in zichzelf de huidige volwassene beziet. Is er sprake van respect voor de wijsheid die hoort bij het klimmen der jaren of van onbeleefde onverschilligheid?

Binnen The Little Carpenter mag de lenig zoemende bas van Neil Harland schitteren. Dit is de enige traditional van het album waarin verschillende kandidaten om dezelfde hand dingen maar een eenvoudige timmerman met de eer strijkt. Dit “om de uiteindelijke overwinning van de underdog te benadrukken” aldus Wood. Met zwaargewicht Thou Shalt worden opnieuw de tien geboden geformuleerd. Hier wordt uitgebreid de tijd genomen om allen die denken dat ze zich werkelijk alles kunnen permitteren een spiegel voor te houden. Wood begint met though shalt not buy that red sports car om ruim zes minuten later te eindigen met though shall live it out with grace for as long as you are here. Inmiddels gaat het er niet slechts over anderen de oren te wassen maar gaat het ook over met compassie ouder worden en je zegeningen te tellen.


Het album nadert zijn einde met het melodisch sterke door Hugh Lapton geschreven hommage aan de huwelijkse staat Tally Of Salt. Het één na laatste stuk I am was oorspronkelijk bedoeld om rijker aangekleed te worden. Gelukkig koos Wood uiteindelijk voor een intieme pianoballade. Dit door John Clare geschreven gedicht verhaalt zowel over het verlangen naar de onschuld van de kinderjaren als naar schoonheid van de natuur en de eeuwigdurende vrede die hij in de dood hoopte te vinden. Met het pistool op de borst zou dit mijn antwoord zijn op de onmogelijke vraag om een favoriete song aan te wijzen.

Wood sluit af met het schitterend poëtische The Wolfless Years. Wij hebben tientallen jaren in onovertroffen weelde geleefd of om het met Wood te zeggen: As they lived through the wolfless years, the deers forgot how to live like deer. Die tijden zijn voorbij, wij zijn weer op onszelf teruggeworpen. Tijd om het overdreven materialisme ver van ons te werpen en weer met genoeg genoegen te nemen.

Zoals het een moderne troubadour betaamd verstaat Chris Wood de tekens van de tijd. Hij weet deze welhaast journalistiek maar ook poëtisch te verwoorden. Met None The Wiser bevestigt Chris Wood zijn statuur als één van de belangrijkste chroniqueurs onze tijd. Dit werk getuigt van grote schoonheid.


Hans Jansen.