"All music is folk music. I ain't never heard no horse sing a song" Louis Armstrong

dinsdag 26 februari 2013

Hem, Departure and Farewell


Begin april a.s. verschijnt het nieuwe album van het uit Brooklyn afkomstige kamerfolkorkest Hem. Het onder de veelzeggende titel Departure and Farewell gepresenteerde album is het eerste volledige studio album sinds 2006. Hem leek na onderlinge schermutselingen ter ziele te zijn gegaan. Men heeft er voor gekozen zich te hergroeperen om “het meest emotionele album toe nu toe” af te leveren.

Binnenkort op deze pagina’s een review van dit album.
Hans Jansen.

maandag 25 februari 2013

Tall County, Shine e.p.


Tall County is een in Brooklyn gebaseerd trio die zojuist hun debuut e.p. Shine hebben afgeleverd. Men nam, ergens aan de oevers van de Hudson, onder productionele leiding van Jeff Oehler in een winters weekeinde 5 songs op. Het betreft hier een geheel akoestische aangelegenheid welke liefhebbers van o.a. het samenwerkingsproject Red Bird (Jeffrey Foucault, Kris Delmhorst en Peter Mulvey) zal aanspreken. Tevens is er een link te leggen naar bijvoorbeeld het debuutalbum Seed Of A Pine van David McGraw en Mandy Fer. Tall County heeft een voorliefde voor het werk van de late grate Townes van Zandt wiens Rex’s Blues men hier met verve brengt.

Tall County bestaat uit Liz B. Rauch: fiddle, ukulele, vocals, Ned P. Rauch: guitar, banjo, vocals en Colin DeHond: bass, vocals.

De e.p. opent met het door Liz en Ned geschreven Silver Dollar waarin de fraaie kwikzilveren stem van Rauch schittert, dit is tevens het geval binnen het ingetogen titelnummer Shine. Liefhebbers van het werk van Jeffrey Foucault zullen prima uit de voeten kunnen met track Sly Penny waarna men zich gedrieën uitleeft in het door banjo en fiddle gedragen Outskirts.

Met Shine presenteert Tall County zich op bijzonder aansprekende en overtuigende wijze. Dit kleinnood vol gloedvolle songs voorzien van spaarzame arrangementen doet uitzien naar het eerste volledige album.


Hans Jansen.

Releasedatum, 15 februari 2013.
Website, http://tallcounty.com/
http://tallcounty.bandcamp.com/


zondag 24 februari 2013

Carthy, Hardy, Farrell & Young, Laylam.

 
Carthy, Hardy, Farrell & Young, Laylam.

Het is aan Northumbrian pipes speelster Kathryn Tickell te danken dat Eliza Carthy, Bella Hardy, Lucy Farrell en Kate Young hun krachten bundelen op hun onlangs uitgekomen gezamenlijke project Laylam. Tickell sleepte overigens zojuist de BBC Folk Award Musician Of The Year binnen. Zij bedacht dat dit kwartet vooraanstaande folk artiesten vocaal bijzonder goed samen zouden klinken. Dat Laylam “refrein” betekend is met zoveel verzamelde vocale vermogens als een gelukkig toeval te beschouwen. Alle vier bespelen tevens de viool. Het gehele album werd gedurende een week binnen één ruimte opgenomen. Men werkte onder productionele leiding van Oliver Knight. In een ongedwongen sfeer werd een aantal favoriete liedjes vastgelegd. Men slalomt zowel tussen liedjes uit de rijke Britse folk traditie als tussen Amerikaanse pop liedjes uit de jaren veertig. Her en der rept men m.b.t. C, H, F & Y van een heuse folk supergroep. Carthy, Hardy, Farrell & Young hadden echter niet meer op het oog dan slechts een tijd met elkaar te verkeren en spontaan te musiceren.

Met oldtime song en openingsnummer Greasy Coat geven de dames hun visitekaartje af. Violen nemen het voortouw binnen deze gedreven fiddle tune waarbij Young’s vocalen beantwoording in fraai gelaagde harmonieën vinden. Farrell duikt vervolgens met het traditionele folk liedje Little Birds op afkomstig uit de Cecil Sharp collectie. Mijn bewondering voor het werk van Bella Hardy wordt verder verdiept met Walking After Midnight. Dit is een geweldige versie van de oude Patsy Cline hit gepaard aan een heerlijk doo-wop koortje. Het album komt verder op stoom met Carthy’s uitvoering van de oude Watersons meezinger Chickens In The Garden. Aangezien mijn stem zich hier slecht voor leent kies ik steevast voor hard meefluiten!

Bella Hardy zorgt even verderop voor kippenvel met het krachtige Wide Rivers vooraf gegaan door coda Polly’s Waltz wat de spanning danig verhoogt. Het fraaie Wide Rivers, een origineel van Buddy & Julie Miller, is één van de hoogtepunten van Laylam. Hardy maakte het zichzelf eigen door jarenlang naar Levon Helms versie op zijn voortreffelijke Dirt Farmer album te luisteren. Deze hommage aan Helm pakt bijzonder goed uit, Britse gospel in optima forma. Meteen daarna gooit men het roer om met de speels gebrachte jazz-blues klassieker Why Don’t You Do Right geheel geïnspireerd op de Peggy Lee.

Eliza Carthy zorgt met haar June Is The Coldest Night Of The Year voor een volgend hoogtepunt. Deze jammerklacht wordt passend opgetuigd met krassende strijkers en zingende zaag. Messcherpe close harmony is vervolgens op Sally Free And Easy te horen slechts ingebed in een enkele streek van een eenzame viool. Het album nadert zijn einde met 100 Years waarop de dames zeemanslyriek met Finse muzikale invloeden combineren. Met het geheel a-capella gebrachte Better Home besluit men Laylam. Hier wordt onder leiding van Eliza Carthy nogmaals een goed gekozen greep uit de Amerikaanse gospel gedaan.

Carthy, Hardy, Farrell & Young presenteren zich met Laylam als een ongedwongen en enthousiast kwartet. Het pure spelplezier spat van dit sterke album af. Een nominatie voor de volgende BBC Folk Award in de categorie Best Group of Best Album lijkt onontkoombaar.

Hans Jansen.

Releasedatum, 21 januari Hem Hem Records.

woensdag 6 februari 2013

The Ashtray Hearts, The Strangest Light.


The Ashtray Hearts, The Strangest Light.

Het is alweer acht jaar geleden dat de uit Minneapolis afkomstige band The Ashtray Hearts van zich horen liet. Aan die periode maakt men nu met hun derde album The Strangest Light een einde. In de tussenliggende periode woonde zanger Dan Richmond op de Balkan en in Oregon. Via email hielden de leden van de band onderling contact en wisselde men ideeën uit welke uiteindelijk tot dit nieuwe album hebben geleid. Zelf ziet men The Strangest Light zowel als een afsluiting van een periode als een nieuwe start voor de band. Vanaf het debuut Old Numbers en opvolger Perfect Halves grossiert men in warme en weelderige americana. Hun muziek lonkt her en her naar de jaren zeventig en wordt ook wel als “appartment music” omschreven. In mijn fantasie klinkt de band soms als Buffalo Tom die zich op een warme, lome zomerdag aan de meest melancholieke liedjes van Counting Crows vergrijpt. De band deelde het podium met o.a. Richard Buckner, Okkervil River en Laura Veirs. Helaas heeft men afscheid genomen van toetsenist Bard Augustine. Zowel o.a. zijn accordeon als wurlitzer worden gemist. Gebleven zijn de sfeervolle en klagelijke vocalen van Dan Richmond evenals het herkenbare gitaargeluid van de band als John Jerry op drums, Aaron Schmidt op trompet, piano en achtergrondvocalen. Ook bassist Ryan Scheife en Steven Yernberg op gitaar, piano, banjo en achtergrondvocalen mogen zich tot de vaste waarden rekenen.

The Strangest Light laat zich waarderen als het album waarop The Ashtray Hearts ondanks hun fragmentarische recente verleden zich het meest als collectief presenteert. Naast songs van Dan Richmond bevat het album voor het eerst liedjes van gitarist Steve Yernberg zoals het ingetogen titelnummer. Ook multi-instrumentalist Aaron Schmidt levert een bijdrage met de uitgesponnen afsluiter White Church Hill. Hier werkt de band langzamerhand naar een climax toe waar de gitaren van Richmond en Yernberg schitteren. Critici waarderen de bijzonder fraaie teksten van The Ashtray Hearts waarin vrijwel geen enkel cliché te horen is en achter de woorden een wereld schuilgaat. Tegelijkertijd maakt men er gewag van dat de melodieën soms zo doorsnee en lijdzaam zouden zijn. Aan dergelijke luisteraars zou ik willen adviseren zich verder in het werk van de band te verdiepen. Aan de oppervlakte mag geen revolutie worden gevoerd, nadere beluistering laat een grote variatie horen. Schijnbaar stilstaand water laat niet zelden juist een optimale blik op de bont geschakeerde bodem toe.

Het album start met het ingetogen en aansprekende Books. De band opent hiermee een reeks van maar liefst negen korte en samengebalde songs. Allen klokken maar net onder of boven de drie minuten. De luisteraar blijft hierdoor niet ontevreden maar juist met de nodige gretigheid naar het vervolg achter waardoor The Strangest Light nu al wekenlang mijn woon-werkverkeer begeleidt.
Men schroeft vervolgens het tempo op met Let It End waarin elektrische gitaren en warme toetsen om voorrang strijden. Via alternatieve radio zou dit zomaar tot een hit kunnen uitgroeien. Datzelfde geldt evenzeer voor het energieke Sister en Last Request. Probeer dit maar weer eens uit je hoofd te krijgen! Met Dying Lights, This Lights, Hollow Heart en Brother laat men horen onnavolgbaar te excelleren in wonderschone droefgeestigheid. Hartzeer op muziek gezet, verhalend over verlies en de laatste kans om hier nog enige verandering in aan te brengen.

Met The Strangest Light tonen The Ashtray Hearts dat zij niets van hun oorspronkelijke magie verloren hebben. Sterker het lijkt hun meest geïnspireerde album tot nu toe te zijn. The Strangest Light, een rijke verzameling melancholieke liedjes voor bij de centrale verwarming.


Hans Jansen

Website http://theashtrayhearts.com/
Releasedatum, 22 januari 2012 Free Election Records.

maandag 28 januari 2013

Annemarieke Coenders & Wim Sebo, Making Heaps Digging Holes.


Annemarieke Coenders & Wim Sebo, Making Heaps Digging Holes.

Na vijftien jaar lang samen met Linde Nijland folk duo Ygdrassil te hebben gevormd debuteerde de Groningse singer-songwriter Annemarieke Coenders twee jaar geleden met het album Go. Een voorbeeldig en avontuurlijk album vol met zelfgeschreven veelal donkere luistermuziek waarbij haar muzikale partner Wim Sebo drums en subtiele soundscapes aandroeg. Go riep niet slechts associaties op met de vooruitstrevende Britse folkrock uit het begin van de jaren zeventig maar haakte tevens naar het werk van voorbeeld Nina Nastasia. Nu, twee jaar later, presenteren beiden hun nieuwste album Making Heaps Digging Holes getiteld. Het album waaiert uit van folk naar o.a. indie-pop en ook jazzy ondertonen.

Het nieuwe album is opgenomen in de studio van Wim Sebo. Deze is binnen zijn eigen binnenvaartschip in Groningen gebouwd.  Coenders & Sebo houden wederom de productie in eigen hand. Waar voorganger Go in vrijwel alle songs een dwingende onderstroom liet horen is nu gekozen voor een lichtere toets. Gebleven is het geraffineerde spel met licht en donker waarbij Annemarieke Coenders haar bijzonder fraaie stem nog meer de vrije teugel geeft.

Helaas ontbreekt op Making Heaps Digging Holes de sfeervolle viool van Hans Battenberg. Coenders & Sebo streven hoorbaar naar het verder ontwikkelen van hun geluid en dat dwingt tot het maken van keuzes. Gelukkig is de trombone van Obed Brinkman behouden gebleven en mag hij, zeer tot mijn genoegen, maar liefst in vijf stukken optreden. Een eerste proeve hiervan is in het duistere Was My Love For You te horen. Gebleven is ook Sido Martens die met zijn fraai rinkelende mandoline en elektrische gitaar subtiele accenten aan A Dark Road At Night toevoegt. Dat het nieuwe album ook een voller en compact geluid kent laat Finally You Need Me horen. Het stuwende ritme, de elektrische gitaar en vocalen van Harm Wierda zetten het geheel verder op scherp.

De opengewerkte structuur van Oh My Home haakt nog het meest naar de stille melancholie van voorganger Go waarna Coenders & Sebo met de plukkende bas van Johan Viswat op Stranger Building Savior Pillow toewerken naar het absolute hoogtepunt Know Your Fine. Beierende klokken en een plechtige trombone strijden om voorrang en schragen hier de bezongen dramatiek en stuwen het geheel naar grote hoogte toe. Het keyboard van Jeroen de Jong onderstreept vervolgens het jazzy en lichtvoetige karakter van Sweet And Gentle Man. Noviteit is de sierlijke fluit van Daniëlle Roelofsen op Look At The Stars. Met het enigszins bedrukte maar tegelijkertijd opwekkende Curses Like These sluiten Coenders & Sebo af, hier voorzien van de parelende Rhodes piano en vocalen van Hermen Hagen.

Naast een bredere opzet kent Making Heaps Digging Holes een toegenomen verscheidenheid en variatie. Waar sommigen worstelen met het moeilijke tweede album slagen Coenders & Sebo glansrijk.


Hans Jansen.

Releasedatum 28 januari 2013, CRS.

 

woensdag 26 december 2012

Jaarlijst 2012.


1.      Julie Murphy -  A Quiet House

2.      Susan McKeown - Belong

3.      Rayna Gellert - Old Light

4.      Fay Hield & The Hurricane Party - Orfeo

5.      Chris Sarjeant - Heirlooms

6.      Kirsty McGee - Contraband

7.      Marry Waterson & Oliver Knight – Hidden

8.      Sarah McQuaid - The Plum Tree and The Rose

9.      Maggie Boyle - Won’t You Come Away

10.  Louise Taylor – Tangerine

11.  Amelia Curran - Spectators

12.  Rachel Sermanni - Under Mountains

13.  Rachel Newton - The Shadowside

14.  Elephant Revival – Its Alive

15.  Bella Hardy - The Black Peak & The White

16.  O’Hooley & Tidow - The Fragile

17.  Garron Frith - Away From The Bright Lights

18.  Patsy Matheson - Stories of Angels and Guitars

19.  Nels Andrews - Scrimshaw

20.  Dave McGraw & Mandy Fer - Seed Of A Pine

 

 

donderdag 6 december 2012

Kirsty McGee, Contraband



Kirsty McGee, Contraband

De uit Noord Engeland afkomstige singer songwriter Kirsty McGee zocht de afgelopen jaren een reizend bestaan. Zij staat inmiddels garant voor vijf albums vol met songs gedrenkt in folk en ook jazz die door haar zelf treffend “hobopop” genoemd wordt. In 2002 sleepte zij met haar debuutalbum Honeysuckle een BBC nominatie in de categorie beste nieuwkomer binnen. McGee heeft met haar fijnzinnige liedjes een trouwe aanhang in het Verenigd Koninkrijk, Europa en Amerika opgebouwd. Vorig jaar was een bijzonder turbulent jaar. Ze kreeg met een reeks van persoonlijke rampen te maken uitmondend in een diepe depressie. McGee was niet langer in staat om te zingen, gitaar te spelen of om liedjes te schrijven. Voor haar herstel reisde zij naar Spanje om zich daar in rustgevende natuur onder te dompelen. Langzamerhand pakte ze haar gitaar weer op waarna zij in een uitbarsting van creativiteit binnen anderhalve week twintig songs schreef. Aangezien haar stem slechts langzamerhand terugkeerde zocht ze de uitdaging in het kleine en fragiele. Juist dit kenmerkt nu haar nieuwe intieme album Contraband. Een verzameling tedere en kwetsbare liedjes waarin subtiele schakeringen om voorrang strijden.

Het is moeilijk om dit uit donkerte voortkomende album adequaat te beschrijven. Duidelijk is dat McGee over de nodige veerkracht beschikt en tegenspoed in muzikale schoonheid weet te transformeren. Het album is in zijn opmerkelijke eerlijkheid niet altijd even gemakkelijk te beluisteren. Daarvoor is de bezongen pijn soms welhaast te onbeschaamd, rauw en intens. Zoals vaker weet de luisteraar zich juist door gedeelde pijn getroost. Op Contraband wordt McGee in de rug gesteund door de zoemende staande bas van Nick Blacka en diverse toetsen van Barkley McKay. Zijzelf levert pure en heldere vocalen aan naast gitaar, fluit en glockenspiel.

Het album opent met Something Going On waaraan Clive Mellor een aanstekelijk jazzy mondharmonica toevoegt. Deze verraderlijk luchtig klinkende song verhaalt van het langzamerhand herstellen van een zojuist verbroken relatie. Zij vervolgt met het pijnlijk verdrietige en mooi gezongen I Burn For You. Verderop bezingt Kirsty met veel inlevingsvermogen de ervaringen van de door Rebecca verlaten man. Dit is één van de hoogtepunten van het album slechts gedragen door een akoestische gitaar. McGee maakt ons deelgenoot van de met veel oog voor details beschreven gevoelens van vertwijfeling, wanhoop, bitterheid en overgave. Op New Bird laat zij zich bijstaan door de vocalen van Carrie Elkin waarna alle kommer en kwel resoluut doorbroken wordt met vrolijk klinkende en swingende jazz-blues Setting Of The Sun.

De van o.a. Karine Polwart bekende Inge Thomson verluchtigt met een klein streepje accordeon het intieme God And The Sparrowherder om even later op de als een traditional klinkende ballade Aberdeen op de voorgrond te treden. Op titelnummer Contraband bezingt McGee overtuigend het zich tegen wil en dank aan de ander vastklampen. Nadat de relatie is gestrand voelen we ons niet zelden regelrecht door de ander bestolen. De al eerder genoemde Carrie Elkin maar ook Danny Schmidt vormen het zacht wiegende koortje. Het album sluit af met magische middernachtelijke jazz. Een eenzame trompet blaast leven in All Things Must Change. Zo graag zou zij zich wensen dat alles bij het oude gebleven was. Blijkbaar kon het niet anders en moest haar hele leven op de schop.

Kirsty McGee laat zich op Contraband horen als een getormenteerd artiest. Deze romanticus hoort een waar kunstenaar die op integere en elegante wijze haar wonden geneest. Daarna rest niets dan bitterzoete berusting.


Hans Jansen

Website http://www.kirstymcgee.com/
Releasedatum, 26 november 2012, Hobopop