"All music is folk music. I ain't never heard no horse sing a song" Louis Armstrong

zaterdag 11 april 2015

Norah Rendell, Spinning Yarns

Dit jaar ruim ik een aantal muzikale vooroordelen op. Eén daarvan was: de fluit binnen (folk) muziek. Jarenlang sloeg ik albums met fluit steevast over. Het album Da Fishing Hands van de Schotse Inge Thomson genas mij onlangs van mijn vooringenomenheid. Het instrument is op dat album, gecombineerd met verrassend moderne arrangementen, juist zeer op zijn plek. Alsof de duvel ermee speelt kreeg ik onlangs het album Spinning Yarns van de Canadese Norah Rendell in handen. Rendell heeft de afgelopen vijftien jaar met verschillende ensembles gewerkt. Het meest bekend is zij wellicht van de formatie The Outside Track. Op haar nieuwe album Spinning Yarns bespeelt zij de fluit, whistle en harmonium. Ze heeft zich gespecialiseerd in traditionele volksliederen en dansmuziek. De liederen zijn door emigranten uit Ierland, Schotland en Engeland naar Canada meegenomen. Op het door haar zelf geproduceerde album laat zij zich bijstaan door haar man Brian Miller (gitaar, bouzouki, mandola en vocalen), Randy Gosa (gitaar en mandola), Ailie Robertson (harp) Dáithí Sproule (gitaar) en Adam Kiesling (bas).


Als vroege twintiger verkeerde Norah Rendell binnen folk kringen in Vancouver. De Ierse muziek kon in het bijzonder op haar warme belangstelling rekenen. Zowel de melodieën als ritmes spraken haar aan. Op zoek naar de bron vertrok ze naar Limerick, Ierland alwaar zij zich twee jaar in de plaatselijke muzikale wereld onderdompelde. Terug in Canada brachten diverse omzwervingen haar in contact met de traditionele muziek scène van o.a. Ottawa, Quebec, Nova Scotia en Newfoundland. Een selectie van door haar verzamelde stukken vindt nu een plek op  Spinning Yarns inclusief bronvermelding en uitgebreide introductie.

Norah Rendell vertaalt het materiaal met veel gevoel voor de traditie naar de huidige tijd. Ze hanteert hierbij het uitgangspunt dat de vaak eeuwenoude verhalen ons tevens het nodige over het hedendaagse leven vertellen. Rendell kan hierbij zowel op de glasheldere instrumentatie van haar begeleiders als op haar eigen prachtige stem vertrouwen. Naast dit gegeven waardeer ik een andere kant bij het opnieuw interpreteren van dergelijk traditioneel werk. Volksliedjes zijn doorgaans via de orale traditie verspreid. Niet zelden zijn herbewerkingen aangepast aan de actualiteit. Zo is The Pinery Boy, het verhaal van de smartelijk verdronken vlotter, een door Canadese houthakkers vervaardigde herbewerking van het bekende The Sailor Boy afkomstig vanaf de Britse eilanden. Het album biedt verder plaats aan o.a. zeemanslied The Sailor’s Bride, het breed opgezette Sir Neil and Glengyle en het over een gebroken hart verhalende When I Awake In The Morning. Het romantische Pretty Susan steelt met zijn eenvoudige instrumentatie en prachtige Ierse melodie uiteindelijk met het grootste gemak mijn hart.


Met Spinning Yarns presenteert Norah Rendell twaalf liedjes veelal afkomstig uit zeldzaam archiefmateriaal. Met het verkennen en vastleggen van de traditionele muziek van haar geboorteland toont Rendell zich conservator en tevens  begenadigd vertolkster van deze muziek.


Hans Jansen

Website http://norahrendell.com/
Releasedatum 13 april 2015 Two Tap Music
 

woensdag 8 april 2015

O'Hooley & Tidow, Just A Note

Afgelopen jaar bracht het Britse duo O’Hooley & Tidow het derde album The Hum getiteld uit. Met The Hum zetten O’Hooley & Tidow een volgende stap. Perfect harmoniërende stemmen, piano en accordeon bleven van belang. Nieuw waren o.a. de gierende en striemende vioolarrangementen plus inventieve percussie van multi-instrumentalist en producer Gerry Driver.

 
Ewan MacColl schreef Just A Note. Het verhaalt over de ontberingen van grondwerkers die ooit de snelweg M1 aanlegden.

Waar anderen nieuwe elementen soms als extra toefjes slagroom toevoegen, verwerkten O’Hooley & Tidow deze op The Hum als vanzelfsprekend. Met hun perfect vervlochten stemmen en buitengewone muzikaliteit blijven O’Hooley en Tidow één van de meest boeiende duo’s in de hedendaagse folk scene.

vrijdag 3 april 2015

Inge Thomson, Da Fishing Hands

De Schotse accordeonist en zangeres Inge Thomson is vooral bekend van het Karine Polwart Trio. De afgelopen jaren dook zij in mijn muziekcollectie op via albums van o.a. Ewan McLennan en Kirsty McGee. Daarnaast heeft Thomson een solocarrière. Vijf jaar geleden debuteerde zij met het album Shipwrecks & Static. Thomson woont op het afgelegen Schotse Fair Isle. Het eiland ligt tussen Shetland en de Orkney-eilanden. Het bekijken van kaarten die de plaatselijke visgronden in beeld brengen inspireerde Thomson bij het tot stand komen van haar nieuwe album Da Fishing Hands (De Visgronden). Het deed haar beseffen dat deze kaarten voor de eilandbewoners van grote culturele betekenis zijn en hoe de veranderingen in het milieu (o.a. overbevissing) van invloed zijn op alle aspecten van het leven op het eiland. Met haar nicht Lise Sinclair werkte zij aan het project. Helaas overleed Sinclair voordat het project was afgerond. Samen met de musici Sarah Hayes (fluit en zang), Fraser Fifield (saxofoon, fluit en kaval), Steven Polwart (gitaar en zang), Graeme Smillie (bas) nam zij het album in één lange sessie op.

 
Sommige albums zijn een echte uitdaging. Voor mij was Da Fishing Hands een dergelijk album. Vooral de vocalen ervoer ik in eerste instantie als een drempel. De stem van Thomson beschouwde ik aanvankelijk als te lief en te zoet. Na verloop van tijd werd mijn oorspronkelijke indruk ingeruild voor waardering wat de diversiteit van de vocalen betreft. Daarnaast blinkt Da Fishing Hands uit door zijn vindingrijke instrumentatie.

Het album opent met Here We’ve Landed waarin de thuiskomst van zee bezongen wordt. Godzijdank is het een veilige thuiskomst, iets dat door lijkt te sijpelen binnen de opgetogen klinkende instrumentatie. Het instrumentale Wind and Weather wordt vervolgens aan The Fisherman and The Sea gepaard. De stem van Inge Thomson voert samen met Sarah Hayes moeiteloos verschillende gemoedstoestanden op. De ruimtelijk klinkende fluit en saxofoon onderstrepen het soms problematische vissersbestaan. Daarnaast lijken smaakvolle elektronische effecten het peilloze onderwaterleven tot leven te wekken. Met dit stuk heeft de luisteraar meteen een van de hoogtepunten van het album te pakken.
 

De accordeon van Thomson kleurt The Snowstorm. De titel verwijst niet naar winterse omstandigheden maar naar het opstijgen van zwermen zeevogels. Het moet van eenzelfde plotse overweldigende witheid zijn als van een sneeuwstorm. Het van een aanstekelijke melodie profiterende Paper Sea boeit meteen. Het koortje bijt zich in je vast, de vocalen doen wat klankkleur en ritme betreft wel wat aan het werk van Laurie Anderson denken. Laat vissers niet aan een alles verzwelgende bureaucratie ten onder te gaan is de verzuchting. Ook op East O’Buness komt, naast accordeon, de stem van Thomson volop tot zijn recht. Het breed uitgesponnen stuk mondt uit in eenzelfde gelaagde veelkleurigheid als The Fisherman and The Sea.

Na aanvankelijke twijfel leerde doorluisteren mij de schoonheid van het album Da Fishing Hands kennen. Rest mij te zeggen dat dit originele en verfrissende album schitterend is verpakt. Vormgeving en inhoud vallen fraai samen.


Hans Jansen

Releasedatum 23 maart 2015 Inge Thomson Records
 

zaterdag 28 maart 2015

Het Eerste Kwartaal

Dit jaar verscheen een karrenvracht fraaie albums. Nog meer houd ik van mooie liedjes. Onderstaand de drie allermooiste van het eerste kwartaal.


 
 De liefde, een onuitputtelijke bron van creativiteit. Werkelijk alles zou ze willen doen om maar bij hem te zijn. Ze zou het wel uit willen schreeuwen: “I love my love, because my love loves me” (I’ll Weave My Love A Garland). Zo simpel kan het leven soms zijn. Elders wenst zij in een merel te veranderen zodat ze naar het schip van haar geliefde kan vliegen (Blackbird).
 

 
Tijdens de Grote Oorlog vond in september 1917 de slag bij Ieper plaats. Naast de wreedheid van de oorlog was er ook plaats voor kameraadschap (Along The Menin Road).

vrijdag 20 maart 2015

Bella Hardy, With The Dawn

Op artiesten als Bella Hardy kan je de klok gelijk zetten. Jaarlijks verschijnt er een nieuw album waarbij zij telkens de luisteraar weet te verrassen. De eerste twee albums waren voornamelijk met traditionele folk gevuld. Vanaf het derde album Songs Lost & Stolen vertrouwde Hardy steeds meer op zelfgeschreven werk. Met The Dark Peak & The White keerde Hardy terug naar haar geboortegrond in Derbyshire waarbij ze zich liet inspireren door verhalen uit het Peak District. Vervolgens bracht zij samen met Eliza Carthy, Lucy Farrell en Kate Young het album Laylam uit. Het betrof een collectie originals en covers met puur plezier gebracht. Verder vond Hardy de tijd om het kerstalbum Bright Morning Star te maken. Bij het tot stand komen van haar voorlaatste album Battleplan liet zij zich hernieuwd inspireren door haar favoriete landschap, het Peak District.


Op haar albums brengt Bella Hardy (stem en viool) hedendaagse folk songs met oog voor de traditie. Het nieuwe album With The Dawn vormt hierop geen uitzondering. Naast de vertrouwde viool duikt nu echter op gezette tijden de banjo op en spelen blaasinstrumenten als trombone, trompet, hoorn en tuba een prominente rol. Onder de noemer programming wordt het album verder door sfeervolle geluiden afkomstig uit een elektronisch doosje van producer Ben Seal bepaald.

Tijdens het schrijven van het materiaal werd Hardy dertig jaar en bevond zich op het drukste kruispunt van haar leven. In gezelschap van Cara Luft ondernam zij een tournee door Canada en Amerika. Tegelijkertijd werd haar relatie verbroken. Van deze moeilijke tijd vol vraagtekens doet Hardy verslag op With The Dawn. Dat zij haar pijnlijke ervaringen wenst te delen wordt meteen vanaf het begin duidelijk. Op opener The Only Thing To Do bezingt ze haar gebroken hart. Titels als The Darkening Of My Day, You Don’t Have To Change (But You Have To Choose) en Oh! My God! I Miss You spreken wat dit betreft boekdelen. De intimiteit van het materiaal wordt verder onderstreept door het opname procedé. Vanaf de bank of vanuit de slaapkamer werden met behulp van iPhone Lullabye For A Grieving Man en Another Whisky Song opgenomen. Hoe pijnlijk, slechts na het innemen van een paar glazen whisky is hij in staat om van haar te houden. Naast hartzeer wordt binnen het samen met Cara Luft geschreven Time Wanders On de schoonheid van het Noord Amerikaanse landschap bezongen. Tevens is er plek voor Jolly Good Luck To The Girl That Loves A Soldier dat Hardy voor het Songs for the Voiceless project schreef.


Met het With The Dawn verzet Bella Hardy de bakens. Het avontuurlijk klinkende geheel kent rijke vocalen en blazersarrangementen. Daarnaast kleuren tegendraadse ritmes dit openhartige album.


Hans Jansen.

Website http://www.bellahardy.com/
Releasedatum 30 maart 2015 Noe Records

zaterdag 14 maart 2015

Sam Lee, The Fade In Time

De uit Londen afkomstige zanger en liedjeschrijver Sam Lee debuteerde in 2012 met het album Ground Of Its Own. Het album viel mij toen niet in het bijzonder op. Het zou tot dit jaar duren alvorens zijn werk ten volle tot mij doordrong. Antropoloog en voormalig leraar Sam Lee verzamelde voor zijn nieuwe album The Fade In Time oude muziek. Hij trok hiertoe als een hedendaagse Cecil Sharp door Engeland, Schotland en Ierland. Hij bezocht daarbij veelal ouderen die via overlevering de kennis van soms honderden tot duizenden jaren oude liederen bij zich dragen. Het gaat om fundamentele verhalen over hartzeer, de liefde, tragiek en de dood. Lee koos ervoor om opnames van deze liederen te maken voordat ze definitief verloren zouden gaan. Vervolgens zette hij deze field recordings op een website zodat anderen er uit kunnen putten. De traditionele stukken zijn afkomstig van de zogenaamde travellers, rondtrekkende zigeuners die al in het pre-Keltische tijdperk o.a. door Engeland, Schotland en Ierland trokken. Vaak bestaan er meerdere versies of interpretaties van hetzelfde stuk, iets dat het unieke karakter van deze muziek verder onderstreept.


Bij het naar de 21e eeuw vertalen van de field recordings koos Sam Lee ervoor om de (zang) melodie van het oorspronkelijke materiaal als uitgangspunt te nemen. Op de arrangementen leefde hij zich echter geheel uit. Hier waait de wind uit alle windstreken. Zo zijn er verwijzingen naar o.a. de Japanse muziek en klinkt er een bruiloftsmars uit Tadzjikistan. Authenticiteit is iets dat hem hierbij niet voor ogen stond. Authenticiteit bestaat niet aldus Sam Lee. Iedereen wordt door iedereen beinvloed, de wereld is dorp.

Bij het tot stand komen van The Fade In Time liet Sam Lee zich bijstaan door o.a. cellist Francesca Ter-Berg, trompettist Steve Chadwick, violist Flora Curzon, percussionist Josh Green en koto-speler Jonas Brody. Bij de productie van het album was ook o.a. Arthur Jeffes van Penguin Café betrokken. Eerlijk gezegd moest ik aanvankelijk wennen aan de enorme diversiteit van het materiaal. Ook de nadrukkelijke wijze van zingen vergde enige tijd alvorens deze op mijn waardering kon rekenen. Na een tiental luisterbeurten is The Fade In Time echter stevig onder de huid gekropen.


Ondanks de grote stilistische verschillen is er sprake van een naadloos in elkaar vloeiend geheel. Speciale vermelding verdienen de op het album verwerkte field recordings binnen bijvoorbeeld The Bonny Bunch Of Roses of het met rollende Schotse tongval geïntroduceerde Lord Gregory. Vrijwel aan het begin van het album weet Sam Lee mijn hart te veroveren met een schitterende versie van Blackbird. Hij brengt het verhaal van een vrouw die in een merel wenst te veranderen zodat ze naar het schip van haar geliefde kan vliegen bijzonder overtuigend. Uit de mond van de 87 jarige Freda Black tekende Sam Lee honderden stukken op. Voor The Fade In Time selecteerde hij Over Yonders  Hill waarop o.a. viool en blazers te horen zijn. Op het stemmige Lovely Molly laat Lee zich door het Roundhouse Choir bijstaan. Hiermee wordt de diversiteit van het album verder onderstreept.

Met The Fade In Time brengt Sam Lee een zeer bijzonder werkstuk, welhaast enig in zijn soort. Dit kleurrijke album overtuigt op alle fronten.


Hans Jansen

Releasedatum 16 maart 2015 The Nest Collective


vrijdag 13 maart 2015

Lindsay Lou & The Flatbellys, Ionia

Vorig jaar werd ik onaangenaam verrast door het nieuws dat de Amerikaanse stringband Joy Kills Sorrow de activiteiten staakt. Van zangeres Emma Beaton werd sindsdien taal nog teken vernomen. Bassist en liedjesschrijver Bridget Kearny verliet de band al in een eerder stadium om vervolgens binnen Lake Street Dive op te duiken. Met het verscheiden van Joy Kills Sorrow ontstond er een leemte die ik nu met graagte gevuld zie door Lindsay Lou & The Flatbellys.


Sinds een jaar of vier zijn Lindsay Lou & The Flatbellys vrijwel onafgebroken op tournee. Het gezelschap treedt wekelijks gemiddeld om de dag op. Om het nieuwe materiaal te testen trokken Lindsay Lou & The Flatbellys vorige zomer opnieuw door Amerika. In de herfst onderbrak men het intensieve tourschema. Na vier dagen van repeteren nam men het album op. Hiervoor trok de band eveneens vier dagen uit. Het album Ionia is vernoemd naar de gelijknamige stad in Michigan USA alwaar men het album vastlegde. Lindsay Lou & the Flatbellys kozen ervoor om het geheel gezamenlijk binnen een ruimte op te nemen. Op deze manier wist men de spanning en de spontaniteit van een live optreden te vangen.

Naast de al eerder genoemde Joy Kills Sorrow en Lake Street Dive legt de band graag een link naar het werk van The Punch Brothers en Sarah Jarosz. Bij het beluisteren van de bijzonder fraaie vocalen van Lindsay Lou gingen mijn gedachten met regelmaat uit naar de stem van de door mij bewonderde Kris Delmhorst. Naast stem levert Lou tevens gitaar aan en Joshua Rilko bespeelt messcherp de mandoline. Mark Lavengood (dobro) en PJ George (bas) completeren het kwartet. Het gezelschap wisselt gedurende het album onderling spontaan van instrument waarbij men tevens o.a. banjo, mandola, bas, cajôn en mondharmonica inzet.


Het album opent met het levendige Hot Hands. Het wordt meteen duidelijk dat men door de vele optredens goed op elkaar is ingespeeld. De band speelt met de precisie van een Zwitsers uurwerk waarbij het uiteindelijke resultaat als de spreekwoordelijke klok klinkt. Met opvolger Everything Changed schroeft men de dynamiek verder op. Lindsay Lou geeft haar stem de vrije teugel waarbij Joshua Rilko zijn mandoline op het scherpst van de snede geselt. Net als de overige stukken blijkt Old Song over een sterke melodie te beschikken. Dit wordt treffend onderstreept door de achtergrondzang waaraan alle leden van de Flatbellys een bijdrage leveren. Hoewel de lat gedurende het gehele album hoog ligt heb ik een zwak voor The River Jordan. Lindsay Lou weet het heel klein en intiem te houden om aan het eind plots met een prachtige vocale eruptie voor de dag te komen waarbij alle registers open gaan.

Met Ionia presenteren Lindsay Lou & The Flatbellys het tweede album. Sinds ruim een week luister ik vrijwel onafgebroken naar dit afwisselende en energieke bluegrass album. Een heerlijke verslaving!


Hans Jansen


Website http://www.lindsayloumusic.com/
Releasedatum 18 februari 2015 Earthwork Music