"All music is folk music. I ain't never heard no horse sing a song" Louis Armstrong

woensdag 27 mei 2015

Robyn Stapleton, Fickle Fortune

Vorig jaar werd de Schotse folkzangeres Robyn Stapleton met een zogenaamde BBC Radio Scotland Young Folk Award vereerd. Zij studeerde muziek aan de Irish World Academy in Limerick. Het afgelopen jaar trad ze veelvuldig op en werkte samen met o.a. Emily Smith. Onlangs bracht zij haar debuutalbum Fickle Fortune uit. Stapleton is afkomstig uit Stranraer in het zuidwesten van Schotland. Op heldere dagen kan je Ierland zien liggen. De mensen afkomstig uit dit gebied hebben nauwe banden met het buurland.


De afgelopen jaren ervoer Robyn hoezeer elke beslissing of gebeurtenis, hoe klein ook, het leven danig kan veranderen. De op Fickle Fortune bezongen traditionele verhalen handelend over de wending van het lot zijn in onze tijd minsten zo relevant als in de tijd dat zij geschreven werden is de stelling van Stapleton. Dit is de rode draad binnen de fraaie selectie van twaalf stukken afkomstig de Ierse en Schotse traditie. Zij brengt het materiaal zowel in het Engels, Schots als in Gaelic. Robyn concentreert zich hierbij geheel op haar eigen klassiek geschoold klinkende stem voorzien van fraai vibrato. Muzikale ondersteuning wordt geboden door Alistair Iain Paterson (piano), Kristan Harvey (viool), Hajime Takahashi (gitaar) en Stephen Heffernan (accordeon).

Het album opent met de donkere ballade The Two Sisters die opvallend genoeg voorzien is van een opgewekt klinkende melodie. Vergezeld van gitaar en accordeon neemt Stapleton vervolgens gas terug met de bijzonder fraai ingetogen gebrachte Ierse ballade Bruach Na Carriaige Báine. Met dit in Gaelic gezongen stuk laat ze de luisteraar pas echt goed kennismaken met alle facetten van haar bijzondere stem. De pianoballade Blue - Eyed Nancy was het eerste stuk dat Robyn tijdens haar verblijf aan de Irish World Academy instudeerde. Het is een van haar favoriete stukken, wat mij betreft is het tevens één van de hoogtepunten van dit album. Bonnie Woodhall, het lied over de mijnwerker die zich als soldaat aanmeldt om ten strijde te trekken, kent vele vertolkingen. Tot de meest memorabele reken ik die van zowel Niamh Parsons als die van Niamh Dunne. De door gitaar en viool begeleidde versie van Stapleton mag zich sinds kort zondermeer tot dit eersteklas gezelschap rekenen.

 
Met het op muziek gezette gedicht Noran Water, de veelgelaagde ballade Willie o’ Winsbury en het stemmige What A Voice weet Stapleton de luisteraar verder aan zich te binden. Wat een stem. Naast fraaie ballades kent Fickle Fortune tevens het opgewekte en tot mee neuriënd uitnodigende Jack Hawk’s Adventures In Glasgow. Met het al even levendig klinkende The Lads That Were Reard Amang Heather sluit het album af. Hiermee is de cirkel rond. Het stuk bezingt de avonturen van een levenslustige jongedame die zich weinig aan verfijnd voedsel of mooie jurken gelegen wenst te laten liggen. Met de jongens dansen zal ze!

Met Fickle Fortune brengt Robyn Stapleton een even fraai als smaakvol geïnstrumenteerd album. Klasse debuut!


Hans Jansen


Website http://www.robynstapleton.com/

Release datum 1 juni 2015 Laverock Records


 

zondag 17 mei 2015

Andy Kirkham, Not one but another

Met zijn vijfde album Not one but another verschijnt de Britse zanger, gitarist en liedjesschrijver Andy Kirkham eindelijk op mijn radar. Hij laat zich als een bijzonder begenadigd gitarist kennen die o.a. Oost Europese en Afrikaanse muziek speelt. Hij nam in het verleden materiaal van zowel Ali Farka Toure, Martin Simpson, Villa Lobos als van Astor Piazzola onderhanden. Voor Andy is de wereld een dorp. Op zijn debuutalbum Unsui bracht hij werk van o.a. Bert Jansch, John Renbourn en John Martyn. Deze namen worden tegenwoordig net iets te vaak genoemd, de lezer mag ze wat mij betreft meteen ook weer vergeten. Wanneer ik er in geslaagd ben om aan te geven dat Not one but another mij dikwijls aan de fraaie akoestische folk muziek uit begin jaren zeventig deed denken dan ben ik een tevreden mens.


Wie ver reist kan veel verhalen. Juist dit doet Kirham op zijn nieuwste album met negen zelfgeschreven stukken en twee traditionals. Na een lange reeks van concerten weer thuiskomen is hetgeen hij bezingt in opener Travelling Song. Het kalme glashelder opgenomen akoestische gitaarspel domineert meteen, hier bijgestaan door een accordeon. Het zal hét recept voor het gehele album blijken. Stem en gitaar vergezeld van een enkel ander instrument. Zo klinkt op het net iets meer tempo makende Call Me tevens de staande bas maar ook een pan met water die als percussie instrument wordt ingezet. De uit het Midden Oosten afkomstige traditional Lammah Badah opent met een fraaie Spaanse gitaar. Cahon en viool versterken vervolgens de Mediterrane sfeer.

Met het beknopte instrumentale Ottro Pollo Verde laat Andy zich als de ingetogen gitarist kennen die ooit werk van Eric Satie opnam. Meteen daarop volgend brengt hij het eveneens instrumentale Cat Bells waarop van meer dynamiek sprake is en alles uit de kast mag. Het hooggestemde derde instrumentale stuk Pteraphyllum Scalore (Angel Fish) lost even verderop de inmiddels even hooggestemde verwachtingen volledig in.


Tot de mooiste stukken van dit album reken ik zondermeer de uit West Afrika afkomstige traditional Jarabi. Staande bas en kalebas ondersteunen niet slechts het lome ritme maar zorgen tevens voor de nodige couleur locale. Met het ingetogen Sundown, geïnspireerd op de begrafenis van Margaret Thatcher, sluit Kirkham het album af. Gesloten fabrieken en daardoor ten dode opgeschreven dorpen vormen de achtergrond. Bij deze terugblik op de gevolgen van het door de Iron Lady gevoerde desastreuse beleid laat Andy zich nog eenmaal gewapend met stem en gitaar van zijn beste kant laat zien.
 
Met Not one but another neemt Andy Kirkham de luisteraar mee op reis. Hij deelt zijn persoonlijke ervaringen zowel thuis als onderweg opgedaan. Het levert een veelzijdig album op dat mij in korte tijd dierbaar geworden is.


Hans Jansen

Website http://andykirkham.com/
Releasedatum Mei 2015 Eigen Beheer
 

vrijdag 8 mei 2015

Dana Sipos, Roll Up The Night Sky

Na ruim 40 jaar intensief muziek luisteren dichtte ik mijzelf zo langzamerhand het talent toe dat ik op basis van het hoesontwerp beoordelen kon of het daarbij horende album mij al dan niet zou aanspreken. Eerlijk gezegd kwam ik daar doorgaans een heel eind mee. Het laatste album van zangeres en liedjesschrijfster Dana Sipos zette mij onlangs echter compleet op het verkeerde been. Roll Up The Night Sky leek mij op basis van de hoes totaal oninteressant.


Dana Sipos is afkomstig uit Yellowknife. Deze subarctische stad ligt in het hoge Noorden van Canada. De afgelopen jaren toerde ze intensief waarna ze onlangs in Banff middenin de Canadese Rocky Mountains neerstreek. Samen met producer en multi-instrumentalist Jordy Walker werkte zij een paar maanden aan haar nieuwste album Roll Up The Night Sky. Bij de eerste beluistering moest ik diep in mijn geheugen graven. Aan welke artiest herinnerde Dana Sipos mij ook alweer? Juist, aan Danielle Doyle. De warm hese stem van beide dames kent enige overeenkomst. Bij het bespreken van Doyle’s The Cartographer’s Wife werd geheel terecht een link naar de stem van o.a. Natalie Merchant gelegd. In tweede instantie moest ook ik bij het ondergaan van Roll Up The Night Sky aan het werk van deze voormalige 10.000 Maniacs frontvrouw denken.

Het werk van artiesten afkomstig uit landen met een indrukwekkende natuur wordt niet zelden in hoge mate mede daardoor bepaald. Ook Sipos weeft de nodige smaakvolle impressies uit het Canadese landschap door haar teksten. Het geluidsbeeld wordt naast haar fraaie stem ingevuld door o.a. gitaar, bouzouki, staande bas, mandoline, banjo, piano en omfloerst gespeelde percussie, strijkers en blazers.


Roll Up The Night Sky opent met het eenvoudig vormgegeven Old Sins waarna Dana Sipos het album langzaam maar zeker in al zijn variëteit opbouwt. Het opgeruimd klinkende My Beloved is van een welhaast jubelende tekst voorzien. Gecombineerd met de vrolijke melodie doet het wel wat aan het werk van de al eerder genoemde jonge Natalie Merchant denken. Het stuk is geïnspireerd op het Hooglied, afkomstig uit het Oude Testament. Met het in dromerige melancholie gedrenkte Portraits slaat het album juist richting bedachtzame schoonheid in. Sipos bezingt hier het enigszins onrustige gevoel dat je krijgt wanneer je een wandeling door een oud huis maakt waarbij alle portretten naar je lijken te kijken. In diezelfde categorie is het innemende Road To Michigan te plaatsen. Omfloerste drums en strijkers doen ook hier hun werk. Met het wederom van een fraaie melodielijn voorziene Holy People en A Coronary Tale stuurt Dana Sips vervolgens het album een andere kant op. Het in Oosterse sfeer badende Full Moon Sinners sluit het album af.

Met Roll Up The Night Sky brengt Dana Sipos een album waarop werkelijk alles bijzonder fraai afgewogen en wonderwel bij elkaar passend klinkt. Dit ingetogen en volstrekt naturelle album verdient zondermeer de onverdeelde aandacht van iedereen die folk georiënteerde muziek aan het hart drukt.


Hans Jansen

Website http://www.danasipos.com/
Release datum 30 April 2015 Muddy Roots Music Recordings
 

 

dinsdag 28 april 2015

Spiro, Welcome Joy and Welcome Sorrow

Onder de titel Welcome Joy and Welcome Sorrow, geïnspireerd op een gedicht van John Keats, presenteerde het uit Bristol afkomstige kwartet Spiro onlangs het nieuwe album. Men heeft zich door de jaren heen in experimentele, door folk beïnvloede akoestische muziek gespecialiseerd. Het kwartet bestaat uit Jane Harbour (viool), Alex Vann (mandoline), Jason Sparks (piano, accordeon) en John Hunt (gitaar, cello). Het gezelschap heeft een diverse achtergrond. De leden waren in het verleden zowel binnen de post punk, folk als klassieke muziek actief. Binnen hun werk spelen repeterende patronen een grote rol. De link naar de minimal music van bijvoorbeeld Steve Reich en Phillip Glass is dan ook snel gelegd. Een verwijzing naar min of meer vergelijkbare bands als Pinguin Cafe Orchestra of Arlet ligt tevens voor de hand. De zich herhalende muzikale patronen bewegen op Welcome Joy and Welcome Sorrow langs elkaar als wolken aan de hemel.


Het album kent met I Am The Blaze On Every Hill een vliegende start, waarbij de viool van Harbour het initiatief neemt. Van het vervolgens welhaast jubelend klinkende Blythe High Light kan ik maar geen genoeg krijgen. De instrumentale muziek doet duidelijk een beroep op de verbeeldingskracht. Het euforische beeld van een plotse zonsdoorbraak met op de achtergrond een inktzwarte hemel laat mij niet meer los. Met beeldende titels als Flying In The Hours Of Darkness en Folded In The Arms Of The World doet men ook zelf een stevige duit in het zakje. Met het energieke Burning Bridges laat het gezelschap zich, net als op de rest van het album, als ware waaghalzen kennen. De prachtige door accordeon gespeelde melodie wordt vergezeld van repeterende patronen die de luisteraar als in een woeste maalstroom meesleurt. Het beweeglijke One Train May Hide Another mag zich tevens tot mijn favoriete stukken rekenen.


Naast dynamiek is er op Welcome Joy and Welcome Sorrow ruimte voor fraai ingetogen stukken als Thought Fox en The Still Point Of The Turning World. De langzame maar zekere bewegingen van de planeten, zoals deze in een planetarium zijn te zien, inspireerde tot het even sierlijke als serene Orrery.

Spiro brengt met Welcome Joy and Welcome Sorrow een album vol met de uiterst levendige muziek. Men maakt hierbij meesterlijk gebruik van dynamiek, licht en donker. De nauwgezet opgebouwde stukken zijn zonder uitzondering schitterend gespeeld.


Hans Jansen

Website http://www.spiromusic.com/newsite/?audio=1746-2
Release datum 13 april Real World Records

donderdag 23 april 2015

Video Da Fishing Hands van Inge Thomson

Een paar weken geleden verscheen van de Schotse Inge Thomson het bijzonder fraaie album Da Fishing Hands.


 
Thomson woont op het afgelegen Schotse Fair Isle. Het eiland ligt tussen Shetland en de Orkney-eilanden. Het bekijken van kaarten die de plaatselijke visgronden in beeld brengen inspireerde Thomson bij het tot stand komen van haar nieuwe album Da Fishing Hands (De Visgronden). Het deed haar beseffen dat deze kaarten voor de eilandbewoners van grote culturele betekenis zijn en hoe de veranderingen in het milieu (o.a. overbevissing) van invloed zijn op alle aspecten van het leven op het eiland. Met haar nicht Lise Sinclair werkte zij aan het project. Helaas overleed Sinclair voordat het project was afgerond. Samen met de musici Sarah Hayes (fluit en zang), Fraser Fifield (saxofoon, fluit en kaval), Steven Polwart(gitaar en zang), Graeme Smillie (bas) nam zij het album in één lange sessie op.


BBC Folk Awards 2015

De BBC Folk Awards 2015 zijn gisteravond uitgereikt aan o.a. onderstaande artiesten. Eigenwijs als ik ben vermeld ik tevens mijn eigen keuze.

Duo.
Josienne Clarke & Ben Walker.


 
Mijn keuze.
McNeill & Heys.


 
Traditional Track.
The Gloaming, Samhradh Samhradh.


 
Mijn keuze.
Ewan McLennan, The Shearing


 
Horizon Award.
The Rails.


 
Mijn keuze.
Ange Hardy.


 
Best Album
9 Bach, Tincian.


 
Mijn keuze.
The Gloaming, The Gloaming.


 
Best Group.
The Young ‘Uns.


 
Mijn keuze.
The Gloaming.


 
Folksinger Of The Year.
Nancy Kerr.


 
In deze keuze kan ik mij geheel vinden.

donderdag 16 april 2015

Olivia Chaney, The Longest River


Ruim vijf jaar geleden ontdekte ik via My Space de bijzondere stem van Olivia Chaney. Meteen werd ik hongerig naar werk van haar hand. De afgelopen jaren werden mij kleine brokjes van haar werk gevoerd door middel van het Oak Ash Thorn project waarop Chaney samen met artiesten als Fay Hield, The Unthanks en Sam Lee te horen was. Het eveneens uit 2011 stammende album Revenge Of The Folk Singers bevatte werk van haar hand. Hier werkt ze samen met o.a. Alasdair Roberts, Mairi Campbell en Jim Moray. Drie jaar geleden werd mijn geduld met de komst van de titelloze EP gedeeltelijk beloond. Onlangs kwam aan het lange wachten een eind en werd het debuut The Longest River mij eindelijk in de schoot geworpen.
 

Olivia Chaney werd in 1982 in Florence geboren. Ze groeide op in Oxford, Engeland en studeerde muziek (compositie, piano, cello en zang). Vroege invloeden zijn o.a. blues en folk songwriters afkomstig uit de muziekcollectie van haar vader. Artiesten als Bob Dylan, Fairport Convention en Bert Jansch speelden al op jeugdige leeftijd een rol in haar leven. Aanvankelijk richtte Chaney zich tijdens haar studie op het klassieke repertoire, later verdiepte zij zich in de jazz. Tevens leerde zij zichzelf gitaar en harmonium spelen. Wat mij een paar jaar geleden meteen trof was haar prachtige stem. Met haar door en door Engels klinkende stem brengt ze haar werk kalm en soeverein. Ik verwachtte dat het Engelse Topic label haar direct zou inlijven. Oliva Chaney koos echter voor het Amerikaanse Nonesuch. Wat carrière perspectieven betreft wellicht een verstandige keuze.

Samen met producer Leo Adams, (o.a. David Byrne, Brian Eno en de Smoke Fairies), nam Olivia Chaney haar debuutalbum The Longest River op. Het album is een fascinerende mix van traditionals, covers, zelfgeschreven werk en een enkel klassiek stuk. Het album opent met het ooit door Cecil Sharp opgedoken False Bride. Stem, akoestische gitaar en een mooi klein gehouden strijkersarrangement bepalen het geluidsbeeld. Even verderop voert ze het van harmonium vergezelde Waxwing van collega Alasdair Roberts uit. Ook het door de Chileense Violeta Parra geschreven La Jardinera vindt inclusief fraaie Spaanse gitaar een plek op het album. Verder vraagt Olivia Chaney door middel van Henry Purcells There Is No Swain aandacht voor de klassieke muziek. Haar jazz achtergrond schemert volop door met Blessed Instant. Binnen dit door de Noorse vocalist Sidsel Andresen geschreven stuk schittert de stem van Olivia Chaney in al zijn facetten. Deze dame kan alles.


Olivia Chaney laat met haar zelfgeschreven werk zonder enige terughoudendheid de invloed van Joni Mitchell naar de oppervlakte drijven. Net als Mitchell heeft Chaney het hart op de tong. Zonder schroom laat ze de luisteraar via haar teksten delen in haar persoonlijke ervaringen en twijfels. Alles op dit album is erop gericht om de emoties zo direct mogelijk op de luisteraar over te brengen. Zonder uitzondering ontroeren de zelfgeschreven stukken en troosten deze tegelijkertijd. Met het kippenvel verwekkende Holiday verwoordt Chaney het onbedoeld zelf het beste: “She’s a Goddes, she calms you down.”

Olivia Chaney presenteert zich met The Longest River als één van de belangrijkste talenten van de Britse folk. Deze vrouw groeit toekomstig uit tot één van de echt grote artiesten.


Hans Jansen

Website http://www.oliviachaney.net/
Releasedatum 28 april 2015 Nonesuch