"All music is folk music. I ain't never heard no horse sing a song" Louis Armstrong

vrijdag 24 juni 2011

Rob Lutes & Rob MacDonald, Live


Rob Lutes & Rob MacDonald, Live

In het jaar 2006 was er als donderslag bij heldere hemel de Canadees Rob Lutes met zijn album Ride The Shadows. De man eindigde meteen torenhoog in mijn jaarlijst omringd door schoon volk als Jeffrey Foucault en Darrell Scott. In dat gezelschap hoort hij ook thuis: de allerbeste mannelijke singer songwriters afkomstig uit Noord Amerika.

Rob Lutes is gezegend met een onderscheidende ruw hese stem waarmee hij ook fluisterend de nodige indruk weet te maken en rechtstreeks op het hart mikt. Zijn werk is diep geworteld in de blues, liefhebbers van John Hiatt zijn goed geadviseerd hier hun oren aan te lenen. Chris Smither is van begin af aan van grote invloed evenals Bill Frissell. Lutes heeft zich inmiddels tot een finger pickin’ gitarist van formaat ontwikkeld.

In 2000 debuteert Lutes met het album Gravity in 2002, gevolgd door Middle Ground waarna in 2006 het al eerder genoemde Ride The Shadows uitkomt. In 2008 gevolgd door het her en der onderschatte Truth & Fiction. Begin 2009 was Lutes in Nederland. Hij raakte o.a. verzeild in de Hof van Wageningen, een plaatselijk non descript hotel en conferentieoord.  Blijkbaar was er nog een gaatje in de agenda in de reeks “Lazy Sunday Jazz”. Zichtbaar verdwaald beten ook twee oudere dames in plooirok en getooid met parelkettinkjes zich dapper door de sets van Rob Lutes en vaste maatje Rob MacDonald. Beiden vonden elkaar blindelings op het podium, een blik of een knik, meer had men niet nodig om te communiceren. Optimaal op elkaar ingespeeld zoals Richard Thompson en Danny Thompson jaren eerder in het Utrechtse Tivoli. De boomlange Lutes zong die middag de sterren van het deelplafond.

Na de reeks albums en de veelvuldige concerten ontstond de wens om de aldaar vertoonde niet geringe kunsten eens vast te leggen. Blijkbaar kwam deze vraag de afgelopen jaren van vele kanten. Het resultaat Live is sinds enige weken beschikbaar. De nadruk ligt hier op materiaal van Lutes meest recente albums. Persoonlijk vind ik het jammer dat er van één van mijn favoriete albums Middle Ground in het geheel geen materiaal vertegenwoordigd is. Zo blijft er altijd iets te wensen over.

Live, betreft een integrale weergave van een intiem concert opgenomen januari dit jaar. Lutes excelleert op gitaar en hartstochtelijke vocalen. Maatje MacDonald schittert op zijn Resophonic gitaar. Enkele songs worden opgesierd met de achtergrondvocalen van Jozy Fever en Claire Hayek. Dit alles in een mooi klein gehouden setting en voorzien van een kraakhelder geluid.

Persoonlijke favorieten als Throw Me From This Train, I Still Love You en Cold Canadian Road zijn ruimschoots vertegenwoordigd. Regelrechte verrassingen vormen het uitgesponnen Drop Down Baby van Sleepy John Estes waarop MacDonald schittert en het door Chris Whitley geschreven Phone Call From Leavonworth. Het van de Bee Gees afkomstige To Love Somebody weet hier zondermeer de show te stelen, wat een gloedvolle pracht! Dat Lutes wel weg weet met het werk van anderen wisten wij natuurlijk ook al van zijn prachtige Warren Zevon cover Mutineer van het Truth & Fiction album. Een nieuw en onbekend nummer hoort uiteraard ook thuis op een live album, hier vervult het up-beat en swingende Ain’t Nobody’s Bussiness deze rol. Het persoonlijke Drive These Blues Away sluit dit gedenkwaardige live album passend af.

Live, is wat mij betreft één van de meest geslaagde live-albums van de afgelopen jaren. Onmisbaar voor Rob Lutes liefhebbers of zij die daartoe zouden willen behoren.


Hans Jansen

Releasedatum, 31 mei 2011 Magramultimedia
 

woensdag 18 mei 2011

Wendy Arrowsmith - Life, Love & Chocolate


 
Wendy Arrowsmith – Life, Love & Chocolate.

Het leven zelf, de liefde en niet te vergeten overheerlijke chocolade. Dit alles staat hoog op het prioriteitenlijstje van Wendy Arrowsmith en wellicht op dat van veel vrouwen. Chocolade: opwekkende,  bitterzoete troost.

Wendy Arrowsmith, Schotse  van geboorte en afkomstig uit Glasgow. Britse folk diep geworteld in de traditie is haar métier. Haar werk bestaat uit een naadloze mix van traditionals en originals waarbij zij zichzelf begeleidt op gitaar, accordeon en whistles. Verder wordt zij op haar derde album Life, Love & Chocolate o.a. bijgestaan door mandoline, viool, cello, concertina, banjo, pipes en een occasionele sopraan saxofoon.

Haar werk wordt soms vergeleken met June Tabor waarbij opgemerkt moet worden dat Arrowsmith’s stem doorgaans in de hogere regionen vertoeft. Ernst en gedragenheid deelt zij tevens met Tabor, tegelijkertijd laat Arrowsmith een grotere mate van frivoliteit horen. Verder kan een link naar het werk van Sarah McQuaid dienstig zijn, zij leent haar stem aan twee stukken.

In 2007 debuteerde Arrowsmith met Now Then, in 2009 opgevolgd door Seed Of Fools. Bij deze reeks opvolgende albums vertrouwt zij  in toenemende mate op haar eigen werk.

Op Life, Love & Chocolate neemt Arrowsmith de nodige tijd en rust om haar verhalen  te vertellen in elf ruimbemeten ballades.

De door haarzelf geschreven opener Sweeter By The Day verhaalt over de sluiting van een chocoladefabriek waarbij verschillende generaties arbeiders, zoals vaker, uiteindelijk het nakijken hebben.  U weet wel, de aandeelhouders… “Once I dipped a dream in chocolate, now I grow bitter by the day...”  Het pastorale strijkersarrangement zou de oppervlakkige luisteraar zomaar op het verkeerde been kunnen zetten.

De pipes worden binnen de traditional Wild White Swan  geïntroduceerd en vinden tevens een plek in Arrowsmith’s eigen The Lass o’ Gowrie wat het geheel een meer traditionele sfeer verleent. Halverwege het album hengelt Wendy met The Southern Girl’s Reply voor het eerst naar de muziek aan de overkant van de grote haringvijver. Banjo gedreven marcheermuziek uit de Amerikaanse burgeroorlog maar van origine afkomstig van de Britse eilanden.

Het smokkelen van wol naar het continent diende bestreden te worden eind 17e eeuw. Dat het niet altijd even gemakkelijk was om met de sterke arm van de wet getrouwd te zijn wordt in The Riding Officer bezongen. Je zou er de blues van krijgen...

Nog meer Americana is te horen in country-blues Midas Men handelend over slavernij (ook in onze eeuw) en het op een gospel standard geïnspireerde Moody’s Waltz.

Met de als bonus track vermomde afsluiter The Visitor kiest Arrowsmith het ruime sop. Aan boord, licht het anker, hijs de zeilen en een behouden vaart. Dit in ruim zeven minuten schitterend uitgewerkte geheel boeit van het af- en aanrollende getij tot aan het heerlijke koor dat de opvarenden welhaast eigenhandig aflevert in Robin Hood’s Bay.

Met Life, Love & Chocolate heeft Wendy Arrowsmith eigenhandig haar Trans-Atlantische songbook samengesteld. Een gedenkwaardig album, om met de wikkel van het meegestuurde schaambrokje chocolade te spreken: Heavenly & Divine.


Hans Jansen.



Releasedatum, 1 mei 2011 Weedog Records.

woensdag 4 mei 2011

Paul Simon – So Beautiful or So What


Paul Simon – So Beautiful or So What

In de jaren zeventig riepen Simon en Garfunkel mijn diepe afkeer op. Brave close harmony waarmee even brave Nederlands Hervormde jongelui met keurig gestreken bloesjes en het haar in een strakke scheiding dweepten. Deze volstrekt ongevaarlijke en burgerlijke muziek kon zelfs de instemming van paps en mams wegdragen. Melkmuiltjes, twee volstrekt non-discripte types. In een onbewaakt ogenblik wellicht onverhoeds aan te treffen achter de balie bij de plaatselijke Rabobank. Mijn adolescentenbrein had blijkbaar een flinke behoefte onderscheid te maken tussen de anderen (de hel volgens sommigen) en mijzelf. Tevens waren er mogelijk nog enkele rekeningen te vereffenen. Inmiddels strijkt niemand mijn bloesjes zo strak als ikzelf.

Halverwege de jaren tachtig had ik schoon genoeg van de post-punk, bovendien was het kokende lood van Joy Division, Echo a/t Bunnymen, Comsat Angels en The Sound gestold. Een mens kan niet eeuwig gedeprimeerd blijven. Muziek welke wortelt in de traditie verkreeg mijn aandacht. Suzanne Vega kwam in beeld met in haar slipstream een golf van singer songwriters met het hart op de tong. Ook kreeg ik hernieuwd aandacht voor lieden als Van Morrison, Tom Waits, John Hiatt en ineens was daar ook Paul Simon. You Can Call Me All, het was niet van de buis te slaan en het kreeg ook mij ongenadig te pakken.

Graceland bleek een onversneden meesterwerk te zijn, zelden werden intercontinentale muzikale invloeden zo mooi vermengd. Opvolger The Rhythm Of The Saints kwam ook in mijn kast terecht. Eerlijk gezegd ging de overmaat aan vuilnisbakken ritmiek mij vrij snel tegen staan waarna ik Paul Simon volstrekt uit het oog verloor. Blijkbaar een eenmalige bevlieging totdat ik onlangs kennis maakte met So Beautiful or So What.

Bij eerste beluistering van het album was daar ineens weer de vonk die oversloeg. Misschien dat de zonovergoten weersomstandigheden hierbij ook een rol speelden? Opener Getting Ready For Christmas Day zet onmiddelijk de toon. Swingende up-beat vrolijkheid waarbij de chant van het achtergrondkoortje “Getting ready, I’m getting ready, ready for Christmas Day!”de feestvreugde verhoogd.

Simon zet met The Afterlife en het verblindend mooie Dazzling Blue zijn multiculture tocht onnavolgbaar voort en hierbij Graceland en .. The Saints in herinnering roepend. Multicultilarisme als inspirator om de vorming van samenlevingen te inspireren is de laatste jaren met gretigheid ten grave gedragen maar wordt hier als muzikale uiting uitbundig gevierd. Struikelend, of met een hink-stap-sprong, beweegt Simon zich door Rewrite en eindelijk is daar ook de klaterende kora. Vergis je niet, hier klopt alles tot in de finesse. Tijd om een pas op de plaats te maken met de orchestrale ballade Love In Hard Time om vervolgens door te pakken met het veel overhoop halende Love Is Eternal Sacred Light. Liefde, het kwaad, demonen, de Bing Bang alles culminerend in “Love is eternal sacred light” Wat zouden wij zonder de liefde zijn? Armzalige creaturen wellicht.

De akoestische interlude Amulet vormt de opmaat voor het al even intimistische Questions For The Angel. Het stuwende Love And Blessings leidt naar titelnummer en uitsmijter So Beautiful or So What. De schone schijn wordt hier op de hak genomen. Alles wat Simon in huis heeft, en dat is niet gering, lijkt hier samengebald te zijn. Probeer dit maar weer eens uit je hoofd te krijgen en hierbij stil te blijven zitten!

Schone schijn? Welnee. Folk, blues, Afrikaanse muziek, blue grass en ritmiek van over de wereld alles geïnspireerd gebracht op  het foutloze So Beautiful or So What

 
Hans Jansen

Website http://www.paulsimon.com/
Releasedatum 12 april 2011, Concord.

dinsdag 3 mei 2011

Bella Hardy – Songs Lost & Stolen


Bella Hardy – Songs Lost & Stolen
Zingende zaag, een aarzelende akoestische gitaar en de welluidende vocalen van Bella Hardy openen  met Labyrinth  haar nieuwste album Songs Lost & Stolen. De bezongen zoektocht komt snel op dreef, dwingende strijkers en pulserende ritmes stuwen naar grote hoogte. Ideaal studiemateriaal voor Kate Bush mocht ze ooit van plan zijn om een overdaad aan studiotechniek en pathos links te laten liggen.

Bella Hardy afkomstig uit Derbyshire Engeland is met Songs Lost & Stolen toe aan haar derde album. In tegenstelling tot haar eerste twee albums bestaande uit meer traditionele folk songs nu uitsluitend bevolkt met eigen werk. Gelaagde folk songs met oog voor de traditie, Bella draait haar hand er niet meer voor om. Songs Lost & Stolen een fris en krachtig klinkend album badend in een uitgekiende instrumentatie bestaande uit o.a. viool, viola, gitaren, cello, toetsen, concertina, drums en opmerkelijk fraaie bas.

Americana liefhebbers die wel eens een Engels folk album willen proberen: slijper Walk It With You met slide gitaar van Kris Drever vertoeft geheel in Amerikaanse sfeer en is wellicht een  goede start om de rest van het album eens een kans te geven. Het donkere en beeldende Brigde Of Dean is de opmaat voor de “toekomstige traditional”  The Herring Girl. De lotgevallen van een jong meisje werkzaam op de visafslag geïnspireerd op een BBC documentaire preludeert op zijn beurt op het schandalig mooie Full Moon Over Amsterdam. Een mooiere folkballade verwacht ik dit jaar eigenlijk niet meer te horen. De cello voorkomt ternauwernood dat deze fraai getoonzette tederheid definitief in de stratosfeer opstijgt.

 Zorgvuldige opbouw en contrast, ook dit tekent Songs Lost & Stolen. Written In Green doorbreekt opzwepend en vol energie de zojuist opgebouwde initimiteit met puntige instrumentatie en zwierige accordeon. Het als tiener in de bus van huis naar school geschreven Jenny Wren vind uiteindelijk hier zijn plaats. Rosabel laat Bella’s eigen gedreven versie van The Beauty And The Beast in veertien couplettten horen. In Good Friday klinkt Bella op haar toegankelijkst, aanstekelijk en ideaal  radio materiaal  voor programmeurs met zin voor avontuur. Afsluiter Broken Mirror heeft genoeg aan stem en gitaar van dit grote talent.

Bella Hardy zet zichzelf met haar nieuwste en meest complete album definitief op de kaart als hedendaags Engels folk artiest van importantie. Songs Lost & Stolen, ciao Bella!

 
Hans Jansen.

Releasedatum: 18 april 2011, Navigator Records

 

 

woensdag 13 april 2011

Mary Waterson & Oliver Knight, The Days That Shaped Me.


Mary Waterson & Oliver Knight, The Days That Shaped Me.

Noord Amerika kent de vooraanstaande muzikale familie McGarrigle/Wainwright, Engeland Waterson/Carthy. Families met wagonladingen muzikaal talent in de genen. De jongste loot aan de Engelse stam betreft Marry Waterson & Oliver Knight. Marry en Oliver, broer en zus wiens moeder Lal Waterson enkele jaren geleden helaas overleed. Lal Waterson, monumentaal en ongeëvenaard vertolker van de Engelse folk. Samen met haar zoon Oliver verantwoordelijk voor de twee onvergetelijke meesterwerken Once In A Blue Moon en A Bed Of Roses.

Het in memoriam concert voor Lal Waterson in The Royal Albert Hall in 2007 was de start voor het debuutalbum The Days That Shaped Me. Het zou ruim drie jaar duren voordat het project afgerond zou zijn. The Days That Shaped Me is vrijwel in zijn geheel als hommage aan hun illustere moeder te beschouwen. Het album kent een min of meer overeenkomstige klankkleur als beide eerder genoemde albums. Pianist Reuben Taylor en klarinettist Jo Freya zijn hierbij terugkerende gastspelers. Verder kent dit zeer afwisselende album prominente gasten als James Yorkston, Kathryn Williams en Eliza Carthy.

De voorzichtige opener Father Us kent naast de prachtige samenzang van Marry Waterson en Kathryn Williams een fraaie vioolpartij van Eliza Carthy. Wanneer Marry in Revoiced, hoe toepasselijk getiteld, haar stem een octaaf laat zakken is de gelijkenis met Lal Waterson compleet. De appel valt niet ver van de boom. Een schok van herkenning ging bij eerste beluistering door mij heen.

The Gap is na een paar luisterbeurten niet meer uit je hoofd te branden, repeterende akoestische gitaarlijnen en Marry’s gedoubleerde stem in een af en aanrollend koortje. Overheersend op dit album zijn de immer sterke melodieën waarbij het geheel in bescheiden context uitgewerkt is en waarbij altijd de vocalen op de voorgrond staan.

In The Loosenend Arrow laat Marry de vocalen aan Eliza Carthy en hierbij zelf genoegen nemend met een plekje op achtergrond. Even later keert zij schitterend terug met de single Windy Day. Deze lome jazz ballade wordt heerlijk croonend voor het voetlicht gebracht waarbij Freya’s klarinet de bezongen herfstdag  ongehoord luister bij mag zetten. Het samen met James Yorkston geschreven en gebrachte Yolk Yellow Legged laat een onvervalst staaltje psychedelische folk horen. Binnen de context van het album blijkt het wonderwel te passen.

Het plechtstatige Rosy en hemelse  Angels Sing bevatten niet eerder gepubliceerde tekstflarden van Lal Waterson gevolgd door het slechts voor stem en gitaar gestemde Another Time. Het jazzy Run To Catch A Kiss benadert niet alleen de sfeer maar ook de vocale kracht van de al eerder genoemde McGarrigle zusters. Op afsluiter Secret Smile buitelen de stemmen van Waterson en Kathryn Williams nog eenmaal over elkaar.

Met het verslavende The Days That Shaped Me richten Waterson/Knight een bescheiden  monument op voor Lal Waterson. From Time To Time She’s In My Rhyme...

Hans Jansen.

Releasdatum, 28 maart 2011, One Little Indian.

woensdag 30 maart 2011

Alexa Woodward, It’s A Good Life, Honey, If You Don’t Grow Weary.


 
Alexa Woodward, It’s A Good Life, Honey, If You Don’t Grow Weary.

Met door levenservaring gevormde mildheid verzuchtte  overgrootmoeder regelmatig,  “ It’s A Good Life, Honey,  If You Don’t Grow Weary”.  Ironisch genoeg verdween juist zijuiteindelijk in de mist die wij ook wel Alzheimer noemen. Haar verzuchting tooit inmiddels het meest recente en derde album van Alexa Woodward.
Deze voormalige advocate debuteerde in 2008 met  An Early Dream, een vooral door banjo gedreven aangelegenheid. Het jaar daarop volgde het tweede album Speck waarop Woodward een toenemende gelaagdheid liet horen. Met haar derde album zet zij deze ontwikkeling nu voort  uitmondend in het meest complete album dat Woodward tot op heden het licht liet zien. Een album vol met Appalachen folk en blue-grass nu geïnjecteert met een stevige dosis gospel. Sprookjesachtige muziek vol sagen en mythen waarin het soms spookt. Muziek in de contreien van o.a. Abigail Washburn, Gillian Welch en Neko Case.

Woodward vertrouwt naast haar banjo en ukelele op een veelvoud aan instrumenten waarbij verder o.a. vibrafoon, orgel, cello, mandoline en allerhande percussie een rol van betekenis spelen. Verder valt de messcherpe samenzang op evenals de inzet van het uit acht leden bestaande “clapping choir”

Dit divers en klein gehouden album boeit van begin tot eind waarbij geen zwakke schakel te ontdekken valt.  De verleiding is groot om dan werkelijk elke song in het spotlicht te zetten, laat ik mij beperken.

Alexa verhaalt op haar nieuwste album van (gebroken) relaties en ander hartzeer waarbij o.a. rijke bijbelse metaforen, J.D. Salinger, motvlinders en engelen maar ook huilende wolven een rol van betekenis spelen. Een eenzaam huilende elektrische gitaar opent stemmig Wolves. Hoe zouden wij mensen ons tot elkaar verhouden mochten wij wolven zijn? Woodward windt er geen doekjes om, met schuim rond de bek zouden we elkaar waarschijnlijk verslinden waarna we naar de maan zouden huilen. Het achtergrondkoortje geeft alvast een treffende illustratie.

Het plagerig gezongen Darkest Days Intro preludeert passend op Darkest Days. Het zijn dergelijke details die dit album tevens zijn bijzondere atmosfeer verlenen en laten horen dat het geheel met veel liefde en aandacht tot in de puntjes is verzorgd.  Zoals vaker is hier een donkere tekst op een bijzonder opgewekte en direct aansprekende melodie gezet. Het “clapping choir” laat zich niet onbetuigd op deze door banjo en cello aangedreven song.

Woodward strooit over het hele album met meeslepende melodieën die vervolgens op de gekste momenten in mijn hoofd opduiken. Afgelopen week werd ik wakker met flarden van de break-up song Alexander gevolgd door het van bijbelse metaforen bol staande Pillar Of Salt waarin de hoofdpersoon door een walvis opgeslokt is. De immer aansprekende koortjes en sterk gebrachte refreinen zullen hier iets mee van doen hebben. Alexa voorziet haar donker getinte werk regelmatig van de nodige relativering. Zo merkt zij op dat hebberigheid en goede sex slecht combineren en spreekt zij de hoop uit dat haar ex door Nina maar goed mag behandeld mag worden in Kopenhagen en “that you sleep sound every night”.

Titelsong “Weary” sluit het album af en mag tevens als hommage aan Woodward’s overgrootmoeder gezien worden. Zoals het een romanticus betaamd beschrijft ze haar overgrootvader in relatie tot haar overgrootmoeder en de hereniging van beiden aan de andere zijde.  Ik heb altijd een zwak voor dergelijke songs “trace my constellations dear, the deep is wide but you don’t need not fear, you can follow me into the blue’.

Rest mij nog te zeggen dat dit voorbeeldige album al even voorbeeldig verpakt is in een werkelijk prachtig kartonnen hoesje. Elke song is door Alexa voorzien van een mooie naïeve tekening, vorm en inhoud vallen hier naadloos samen. 

 
Hans Jansen.

Releasedatum 15 maart 2011

zondag 13 maart 2011

June Tabor, Ashore.


June Tabor, Ashore.

De afgelopen jaren keek ik met plezier naar de met veel liefde en aandacht gemaakte BBC serie Coast. Verhalen over de zee, de kust en hetgeen de Britten tot de eilandnatie van vandaag maakt.
Onlangs mocht ik een pakketje ontvangen met daarin opgenomen, naar mijn bescheiden mening, zowel de Grandmother van Britse folk Sandy Denny als de Grand Dame van de hedendaagse Britse folk June Tabor.

Hier gaat het over het nieuwste album van June Tabor waarbij het zoute water rijkelijk door de aderen stroomt. June verhaalt over haar fascinatie met de zee, eilandbewoners vertoeven per slot van rekening nooit ver van de kust. Woonde men in het verleden in “splendid isolation” in de hedendaagse tijd is “no man an island”. In de aanloop naar het 70-jarige jubileumconcert van het Topic label realiseerde Tabor zich dat ze door de jaren heen vele stukken m.b.t. de zee en de kust op haar repertoire had. Het idee om het concept omtrent haar nieuwste album Ashore hierop te baseren was geboren. Een album in een lange reeks, inmiddels dertien in getal, beginnend met de eerste letter van het alfabet.

Tabor laat zich op Ashore bijstaan door haar vaste begeleiders Andy Cutting (accordeon), Mark Emmerson (viool), Tim Harries (staande bas) en Huw Darren (piano). Men is door de jarenlange verbintenis inmiddels dusdanig op elkaar ingespeeld geraakt dat men elkaar blindelings vinden kan.
Tabor en haar begeleiders dringen tevens, schijnbaar moeiteloos,  telkens vlot door  tot de essentie van het gebrachte werk.

Met opener Finisterre steekt June meteen het Kanaal over richting de Spaanse kust, één van die vreemd en exotisch klinkende namen uit de scheepsberichten.  Tabor trekt de luisteraar het album binnen met haar kalme en uitgewogen voordracht. Ze neemt daarbij ruim de tijd om verhalen van toen maar ook van nu te vertellen. Verhalen van verlangen naar de zo lang afwezig geliefde opvarende in het a capella gebrachte The Bleacher Lassie Of Kelvinhaugh. Kiezen tussen een zeemansbestaan of het leven van een landrot in The Grey Funnel Line. Tabor bewerkt hiermee haar oorspronkelijke opname met Maddy Prior (Silly Sisters) uit 1976. Even verderop brengt zij Shipbuilding. De door Elvis Costello geschreven en door Robert Wyatt fameus gemaakte moderne klassieker wordt hier welhaast definitief vastgelegd.

Hoogtepunten vormen verder het verhaal van het fabeldier (half zeehond, half mens) The Great Selkie Of Sule Skerry en The Oggieman. June is van jongs af aan bekend met The Oggie Man, in haar eigen woorden “ a microcosmos of a relationship that’s gotten wrong and change of the world”  Een reeds langer gekoesterde wens om dit werk aan haar repertoire toe te voegen gaat hiermee in vervulling. Het aangrijpende The Brean Lament  verhaalt, half gezongen en half gesproken, over het  uiteindelijke graf van elke onfortuinlijke zeeman.

Ter verluchtiging strooit Tabor op Ashore met twee lichtvoetig klinkende Franstalige en even zoveel instrumentale stukken. Dit doorbreekt op weldadige wijze de enigszins overheersend gedragen toon. Iets meer frivoliteit had het album niet misstaan. Het improviserend vormgegeven en uitgesponnen Across The Wide Ocean vormt de afsluiter van Ashore. Hier vinden Tabor en haar begeleiders elkaar nog eenmaal moeiteloos.

Met Ashore voegt June Tabor op indrukwekkende wijze een nieuw hoofdstuk toe aan haar al even indrukwekkende catalogus.


Hans Jansen.

Releasedatum, 21 februari 2011, Topic Records.