"All music is folk music. I ain't never heard no horse sing a song" Louis Armstrong

maandag 7 september 2015

Jonathan Day, Atlantic Drifter

Ruim vier jaar geleden bracht de uit Shropshire Engeland afkomstige Jonathan Day zijn album Carved In Bone uit. Het belandde ondanks stevige concurrentie hoog in mijn jaarlijst. Zijn vroegere werk was aanvankelijk o.a. geïnspireerd door zijn christelijke levensovertuiging. Later werd het tevens bepaald door een steeds sterker politiek bewustzijn vergezeld van muzikale invloeden van over de wereld. Op Carved In Bone liet Day zich voornamelijk inspireren door de natuur. Het album werd goed ontvangen en leidde tot een wereldwijde tournee.



 

Tijdens zijn reizen schreef Jonathan het materiaal voor zijn nieuwe album Atlantic Drifter. Hij nam het album onderweg op. Zijn reis bracht hem o.a. in Denemarken, Amerika, Thailand, Finland, Griekenland en China. Naast het schrijven van songs hield hij zich tijdens de Carved In Bone tour door de VS bezig met het fotograferen van Amerika. Het biedt een kijk op hoe deze Brit dit land ervaart. Het door Day vervaardigde fotoboek Postcards from the Road vormde de opmaat voor Atlantic Drifter.

Jonathan opent Atlantic Drifter met het in de Blue Ridge Mountains, Virginia opgenomen Café in the Valley of the Fire Church. Het wordt, net als het grootste gedeelte van het album, gedomineerd door akoestische gitaar en contrabas. Een onweerstaanbare combinatie. Opvolger Sea Of Birds kent een aanlokkelijke melodie en wordt van een fluit vergezeld. Binnen het stemmige A Book Of Hours wordt de luisteraar onverhoeds vergast op kleine snippers zang afkomstig van het St. Sofia Cathedral Choir uit Minsk. Later wacht, in alle eenvoud en met fraai wiegende melodie, Sita’s Last Dance. De opgebouwde cadans wordt halverwege meesterlijk door een galmende elektrische gitaar doorsneden. 
 



Met kopstem en percussie daagt Day de luisteraar op An Onnagata Kami Infest my Forest uit. Diezelfde uitdaging ligt in het door Robert Lake en Paul Wassall geschreven Innocene Again besloten. Jonathan wordt op het stuk begeleid door Kristi and the Links waarbij hij alle facetten van zijn stem aan bod laat komen. Tussendoor strooit Day dan nog met een basale uitvoering van traditional en shanty song Shallow Ground en het voor stem en akoestische gitaar bestemde The Darkling Sky. De reis is beëindigd, het begint te schemeren.

Het voorgaande album Carved In Bone was een muzikaal rijk album. Op Atlantic Drifter beperkt Jonathan de instrumentatie tot het hoogstnodige. Daarbij kent het album enkele verrassende accenten. Door de beperkte instrumentatie komt de nadruk nog meer op de voordracht van Day te liggen. Zijn nadrukkelijk aanwezige stem herbergt de nodige dramatiek die hij wederom goed weet te doseren. Atlantic Drifter en Carved In Bone, twee kanten van dezelfde medaille.


Hans Jansen

Website http://www.jonathanday.net/music/atlantic-drifter-album-launch-tour/
Releasedatum 25 september 2015 Niimiika

 

donderdag 3 september 2015

Vardan Harvanissian & Emre Gültekin , Adana

Afgelopen april was het precies honderd jaar geleden dat de Armeense genocide begon. De Armeense autoriteiten spreken van minstens 1,5 miljoen doden. Turkije zegt dat er 300.000 tot 500.000 slachtoffers vielen, onder wie ook Turken. De meeste historici houden een getal tussen de 800.000 en 1 miljoen doden aan. De Armeense genocide speelde zich af in de periode tussen 1915 en 1923. Tot op vandaag ligt deze kwestie bij zowel Armenen als Turken uiterst gevoelig. Beide volkeren hebben zo hun eigen visie op deze periode.


De muzikanten Vardan Harvanissian & Emre Gültekin schenken op hun album Adana o.a. aandacht aan genoemd thema. Gültekin is uit Turkije afkomstig, Harvanissian uit Armenië. Beiden ontdekten elkaar ruim tien jaar geleden als zielsverwanten in de muziek. Gültekin mag zich een meester op de saz noemen. Het betreft een snaarinstrument, familie van de luit. Harvanissian bespeelt virtuoos de duduk, een blaasinstrument. Op een aantal stukken neemt Vardan tevens de vocalen voor zijn rekening waarbij hij afwisselend in het Turks en Armeens zingt. Men laat zich op het album verder ondersteunen door Joris Vanvinckenroye (contrabas) en Simon Leleux (percussie).

Het album bestaat uit zelfgeschreven werk gebaseerd op volksmelodieën en gedichten. Verder brengt men traditionele stukken. Titelstuk Adana is een pijnlijke klaagzang voor de tot op de grond gelijk gemaakte stad. Het is een symbolische stad in Turkije waar beide volken naast elkaar leefden totdat de Armeense bevolking uitgeroeid werd. Al wat rest is nostalgie, weemoed en de droom van een ander Adana, een stad waar Turken en Armeniërs in harmonie samenleven. De stad Mamiki wordt in een zelfgeschreven stuk geportretteerd. Het is de oudste benaming van de stad Tunceli en de geboorteplaats van Gültekins vader. Tijdens de zuivering van 1938 heette de stad nog Kalan en bevond zich tijdens het Ottomaanse Rijk in een Armeense provincie. Journalist Hrant Dink werd in 2007 om het leven gebracht. Hij was een controversiële Turkse journalist van Armeense afkomst. Hij bracht onder het synoniem Cutak (“viool” in het Armeens) de Armeense tragedie onder de aandacht. Het album Adana is aan hem opgedragen. Met Hrant Dink brengen Harvanissian & Gültekin een schitterende hommage aan het leven en werk van de man. Het is wat mij betreft een van de hoogtepunten van het album.


Naast gewichtige zaken hebben beiden tevens aandacht voor minder zware thema’s. Zo wordt in Lusnak Gisher verhaald over een in het maanlicht dwalende slapeloze. De door liefde bedwelmde man wordt door omstanders voor een leegloper aangezien. Binnen Sevdali Gunler mijmeren beiden over de dagen van verliefdheid. Waar zijn de dagen van opperst geluk gebleven? In openingsnummer Galissem Durad belooft de schrijver van het stuk zijn geliefde lief te hebben tot hij zijn laatste adem uitblaast.

Met Adana demonstreren Harvanissian & Gültekin op het eerste gezamenlijke werkstuk dat verschillende culturen elkaar in harmonie kunnen vinden. Het virtuoze en van warme weemoed doortrokken album ontdekt de grenzen van het mogelijke juist door zich er een stukje overheen te wagen, in het schijnbaar onmogelijke.


Hans Jansen

Releasedatum 20 april 2015 Muziek Publique

dinsdag 25 augustus 2015

O'Hooley & Tidow, Summat's Brewin'

Vorig jaar bracht het Britse folk duo O’Hooley & Tidow hun derde album The Hum uit. Naast verleidelijke arrangementen en mooie (samen)zang waren ditmaal tevens de striemende vioolarrangementen plus inventieve percussie van multi-instrumentalist en producer Gerry Driver te beluisteren. Het album bevatte het doldwaze Summat’s Brewin waarin beiden op dubbelzinnige wijze de edele kunst van het bierbrouwen bezongen. Hetzelfde stuk inspireerde O’Hooley & Tidow tot het samenstellen van hun nieuwste album Summat’s Brewin’ getiteld.

Summat’s Brewin’ bevat een aantal covers, traditionals en zelfgeschreven stukken. Met deze collectie bezingen beiden verschillende aspecten m.b.t. het al dan niet overmatige alcoholgebruik. In tegenstelling tot het voorgaande album namen O’Hooley en Tidow het geheel zelf op en verzorgde men tevens de productie. Beiden nemen naast zang tevens de percussie voor hun rekening. Daarnaast klinken o.a. toetsen, accordeon en kazoo.


Het album opent met een uitvoering van het door Loudon Wainwright geschreven White Winos. Wainwright sierde zijn misschien wel meest ontroerende song van het album Last Man On Earth op met een schitterend strijkersarrangement. O’Hooley en Tidow kiezen voor een fraaie piano begeleiding vergezeld van accordeon. Even verderop coveren beiden het fragiel klinkende Between The Bars van Elliott Smith. Uiteraard kon het van de hand van Richard Thompson afkomstige Down Where The Drunkards Roll niet ontbreken. De uitvoering van Linda Thompson inspireerde O’Hooley &Tidow tot een fraai ingetogen versie.

Naast ernst kent het album tevens de nodige vrolijkheid. Zo doen jongedames binnen traditional Three Drunken Maidens een poging om elkaar onder tafel te drinken. Aan traditional All For Me Grog voegt het duo de nodige coupletten toe waarin men zich afvraagt waar na een stevige slemp partij toch in godsnaam schoenen, telefoon en portemonnee gebleven zijn?


Neem een piano en accordeon. Breng het geheel aan de kook, voeg hop toe. Voila, het recept voor The Copper grappen O’Hooley &Tidow. Het resultaat is een zelfgeschreven instrumental voorzien van een tedere melodie. Beiden heffen even later op het a capella gebrachte The Parting Glass het laatste glas waarmee het album tevens eindigt.

Met hun perfect vervlochten stemmen en buitengewone muzikaliteit zijn O’Hooley en Tidow één van de meest boeiende duo’s in de hedendaagse folk scene concludeerde ik vorig jaar. Met het in beperkte oplage uitgebrachte Summat’s Brewin weet men met weinig middelen deze status moeiteloos te continueren.


Hans Jansen

Website http://ohooleyandtidow.com/
Release, augustus 2015 Eigen Beheer.

Het album is in een oplage van 1000 exemplaren verschenen. Het is via bovengenoemde website en http://www.fishrecords.co.uk/ verkrijgbaar.
 

dinsdag 28 juli 2015

Ana Egge, Bright Shadow

De in Canada geboren maar tegenwoordig in Brooklyn, New York residerende singer songwriter Ana Egge is met haar nieuwe album Bright Shadow alweer aan haar achtste album toe. De voorlaatste Bad Blood werd door Steve Earle geproduceerd. Voor Bright Shadow vertrouwt ze m.b.t. de productie geheel op eigen kunnen. Instrumentaal laat zij zich ondersteunen door Maya De Vitry (viool, banjo, zang), Charles Muench (contrabas, zang) en Oliver Craven (mandoline, viool, slide gitaar, zang). Dit gezelschap is bekend als The Stray Birds. Bij het schrijven van het materiaal voor Bright Shadow had Egge het geluid van The Stray Birds in het achterhoofd. Ze keert met haar nieuwe album terug naar het soort muziek waar ze als tiener verliefd op werd. Ana luisterde toen vooral naar bluegrass en artiesten als Iris Dement.


Lucinda Williams zei ooit “Luister vooral naar haar teksten" en "Ze is een folk Nina Simone”. Sinds de opnames van Bright Shadow werd de dochter van Egge geboren en stierf haar moeder. Deze ingrijpende gebeurtenissen kleuren in retrospectief het album.

Dat Egge het op Bright Shadow klein wenst te houden laat ze meteen met opener Dreamer horen. Een stuwende bas vergezelt haar stem waarna zich heel subtiel viool, gitaar en achtergrondzang bij het geheel voegen. Ik val hoe dan ook altijd voor het heldere en opgewekte geluid van de mandoline. Dit en de blijmoedige melodie van Jenny Run Away maken het tot een van de meest attractieve stukken van het album. Met titelsong Bright Shadow en songs als Rock Me (Divine Mother) neemt Egge gas terug en is de toonzetting persoonlijk. Naast zelfgeschreven werk brengt Ana een cover van Dolly Parton. Met Wildflower onderstreept ze haar toegenomen zelfvertrouwen. Als persoon en uitvoerend artiest ervaart zij nu veel meer de nodige vastberadenheid om haar eigen koers te varen. Het vooral door viool en smaakvolle achtergrondvocalen ingekleurde Fifth Of July behoort verder tot de hoogtepunten van het album evenals het door strijkers bepaalde Maps Of The Moon. Met de akoestische gitaarballades Turning Away en The Ballad of Jean Genet besluit Ana het album.


Met Bright Shadow brengt Ana Egge een verzameling hoogstpersoonlijke ballades en enkele bluegrass stukken. Het levert een fraai klein gehouden en intiem klinkend geheel op dat mij als nooit tevoren overtuigd.


Hans Jansen

Website http://www.anaegge.com/
Release datum 30 juli 2015 Grace/Parkinsong

Het album is tijdelijk moeilijk verkrijgbaar. Ana levert de cd graag zelf direct aan je. Neem contact met haar op via anaegge@gmail.com
 

woensdag 15 juli 2015

Kaia Kater, Sorrow Bound

Onlangs verscheen een top bankier in Nieuwsuur. Zijn analyse: wanneer alles tegen blijft zitten wordt Griekenland een reservaat. Een reservaat waarin men karig leeft. In economisch opzicht gebeurt er weinig opzienbarends. Hij haalde in dezelfde zin Appalachia aan. Dit is het gebied dat wij als het berggebied en de cultuurregio in het oosten van de Verenigde Staten kennen. Het Appalachengebergte als geheel strekt zich uit vanaf het zuiden in Alabama naar Newfoundland in Canada. Het gebied mag in economisch opzicht zo zijn problemen kennen, in muzikaal opzicht behoort het tot de win gewesten van Noord Amerika.


De in Montreal en Toronto opgegroeide Kaia Kater laat zich binnen haar werk inspireren door de muzikale rijkdom afkomstig uit het Appalachen gebergte. Zij is van gemengd Afro-Caribische afkomst. Tot haar belangrijkste invloeden rekent Kaia o.a. Nina Simone en Olla Belle Reed. Al op jonge leeftijd vertrok zij naar West Virginia om zich er in traditionele dans en muziek te bekwamen. Kater debuteerde in 2011 met de EP Old Souls alvorens vorig jaar het debuutalbum Sorrow Bound verscheen. Onlangs werd het album opnieuw uitgegeven. Het geheel werd door Chris Bartos geproduceerd. Bartos werkte eerder met o.a. Sarah Harmer.

Kaia streeft er naar om een uniek geluid bij haar zelf passend te vinden. Tevens wil zij trouw blijven aan het traditionele geluid van deze roots muziek. Met Sorrow Bound verankert zij zichzelf binnen de traditionele muziek. Toekomstig wil zij echter de grenzen verder verleggen. Viool en banjo geven de toon aan binnen de traditionele ballades en zelfgeschreven stukken. Naast negen van vocalen voorziene songs kent het album drie instrumentals waarin banjo en viool de hoofdrol voor zichzelf opeisen.


Het album opent met When Sorrows Encompass Me Round. Naast zang en banjo wordt Kater hier bijgestaan door een eenzaam dolende elektrische gitaar bespeeld door Chris Bartos. Het stuk is gebaseerd op een old time fiddle tune maar is verder door Kaia zelf geschreven. Het beschrijft de wederwaardigheden van een weggelopen slaaf. Ondanks dat het album met bescheiden middelen opgenomen is weerklinkt er een behoorlijke variatie. Zo brengt Kater met het aanstekelijk klinkende En Filant Ma Quenouille een Frans-Canadees nummer. Daarop volgend vertrouwt ze geheel op haar eigen stem in het a capella gebrachte Moonshiner ondersteund door fraaie achtergrondvocalen van o.a. Jadea Kelley. Over het harde leven in lang vervlogen tijden verhaalt Kaia met West Virginia Boys waarbij de begeleiding van banjo ruimschoots volstaat. Wat klinkt er nu mooier dan stem en banjo aldus Kater? Het album sluit af met het kalme Come And Rest waarop haar tante Julia de achtergrond vocalen voor haar rekening neemt.

Momenteel werkt Kaia Kater aan een volgend album. Voor dat album selecteerde zij meerdere zelfgeschreven stukken vergezeld van divers Frans-Canadees werk en een aantal traditionals. Met het uitstekende Sorrow Bound presenteert Kaia Kater zich als een bijzonder veel belovend artiest.


Hans Jansen


Website http://www.kaiakater.com/
Releasedatum 16 juli 2015 Kingswood Records
 

zondag 12 juli 2015

Het tweede kwartaal

Ook in het tweede kwartaal van dit jaar verschenen vele mooie albums. Nog meer houd ik echter van mooie liedjes. Onderstaand de drie allermooiste van het tweede kwartaal.

Zonder uitzondering ontroeren de zelfgeschreven stukken op het album The Longest River van Olivia Chaney. Met het kippenvel verwekkende Holiday verwoordt zij mijn ontroering onbedoeld zelf het beste met: “She’s a Goddes, she calms you down.”


Instrumentale muziek doet duidelijk een beroep op mijn verbeeldingskracht. In het tweede kwartaal maakten onderstaande artiesten de nodige indruk.
Het energieke Welcome Joy and Welcome Sorrow van Spiro was het vaakst door mij beluisterde album. Het gezelschap laat zich met Burning Bridges, net als op de rest van het album, als ware waaghalzen kennen. De prachtige door accordeon gespeelde melodie wordt vergezeld van repeterende patronen die de luisteraar als in een woeste maalstroom meesleurt.


De mij tot voor kort geheel onbekende gitarist Daniel Bachman voert mij met zijn laatst verschenen album River mee op reis door de natuur van zijn geboortestaat Virginia. Het album bleek overigens ook in Andalusië uitstekend tot zijn recht te komen.

 

Holly Lerski, The Wooden House

De uit Norfolk Engeland afkomstige zangeres en liedjesschrijfster Holly Lerski bracht vorige maand haar nieuwste album op de markt. Holly werd geboren in Londen. Als dochter van een geluidstechnicus was ze vanaf haar jeugd met muziek omringd. Vanaf haar zesde jaar speelde zij bas en gitaar. Ze was geruime tijd actief binnen folk rock band Angelou. In het verleden toerde zij met o.a. Eddi Reader en Boo Hewerdine.


Na jaren van werken en toeren met Angelou begon Lerksi een solo carrière.
De afgelopen twee jaar hield Holly zich in haar tuinhuisje bezig met het nieuwe album The Wooden House. Het album sorteert met bescheiden middelen een maximaal effect. Hoewel het niet binnen de muren van een studio opgenomen is kent het geheel een transparante en knisperende productie van Stu Hanna (Megson). Lerski neemt op drie stukken zelf alle instrumenten voor haar rekening. Naast ukelele, elektrische en akoestische gitaar, bas en toetsen neemt ze drums en andere percussie ter hand. Daarnaast telt het album diverse gastmuzikanten waaronder bassist James Hutchinson (Bonnie Raitt) en Stu Hanna (viool, mandoline en banjo). Verder vallen meteen de alom tegenwoordige, prachtige koortjes op. Zij kenmerken het album evenals de plezierige en wendbare stem van Holly.

Hoewel er op The Wooden House het nodige hartzeer bezongen wordt kent het geheel een lichte toets. De toonzetting van het album valt goed samen met het naïeve hoesontwerp. Naast fraai getoonzette hartenpijn is er tevens ongecompliceerde vrolijkheid te horen zoals in Oh Atoms, Oh Molecules. Hier verheugen zich zelfs de meest elementaire deeltjes wanneer ze zich bij de geliefde partner kunnen voegen. Ritmisch handgeklap en viool versterken hierbij de feestvreugde. Even verderop wordt het al even vrolijk gestemde Pudding Pie eveneens door handgeklap maar ook door het vier man/vrouw sterke koortje, mandoline en banjo aangevoerd.


Naast vrolijkheid is er op het album ruim plek voor donkere wolken aan de hemel. Zo bezingt Lerski binnen opener Inkblot het gevoel van gemis behorend bij een verloren liefde. Ze vraagt echter ook aandacht voor het vermogen om weer op te staan en door te gaan. Binnen titelnummer Wooden House zoekt Holly tegen beter weten in naar de verloren geliefde binnen het ooit zo vertrouwde huis. Knap hoe ze dit aan een direct aansprekende melodie weet te koppelen. Met het lieflijk Homespun eindigt Leski.Ook hier bezingt zij het verlangen om zich zowel thuis als binnen een relatie veilig en geborgen te weten.

Met het door Lerski gebezigde fenomeen folk pop heb ik doorgaans een moeilijke verstandhouding. Niet zelden leidt dit tot gladgestreken muziek waarmee ik weinig binding heb. Gunstige uitzonderingen zijn wat mij betreft het werk van bijvoorbeeld 10.000 Maniacs, Catie Curtis en de al eerder genoemde Eddi Reader. Met het open hartige The Wooden House verhaalt Holly Lerksi geïnspireerd over haar eigen ervaringen. Het levert een vlekkeloos album op waarmee Holly Lerski zich wat mij betreft bij bovengenoemd gezelschap voegt.


Hans Jansen

Website http://www.hollylerski.com/
Releasedatum 1 juni 2015 Laundry Label (Eigen Beheer).