"All music is folk music. I ain't never heard no horse sing a song" Louis Armstrong

zondag 12 mei 2013

Gavin Davenport, The Bone Orchard.

De uit het Noord Engelse Sheffield afkomstige Gavin Davenport bracht onlangs zijn tweede album The Bone Orchard uit. Op zijn debuutalbum Brief Lives liet deze zanger en multi-instrumentalist zich vorig jaar horen als een zeer verdienstelijke vertolker van veelal traditioneel materiaal. Op The Bone Orchard laat Gavin Davenport (zang, gitaar, mandoline, concertina, vijf-snarige banjo) zich vergezellen door Tom Kitching (viool) Nick Cooke (diatonisch accordeon) en Tim Yates (contrabas, diatonisch accordeon). Gastrollen zijn er voor Jim Causley (zang) Jim Molyneux (percussie) Martin Keates (draailier) Ben Trott (slide gitaar) en Aaron Stanton (percussie).

Naast deze kern van muzikanten laat Davenport zich op diverse stukken vergezellen door diverse vocalisten en kennen enkele tracks extra aankleding in de vorm van strijkers- of blaasarrangementen. Violist Tom Kitching lijkt op The Bone Orchard vrijwel alomtegenwoordig te zijn en hiermee een belangrijk steunpilaar voor het geluid van dit over de gehele linie sterke album. Naast multi-instrumentalist wil Gavin Davenport zich eerst en vooral als zanger manifesteren. Juist hieraan heeft hij op dit album de nodige aandacht besteed. Met zijn kalme stem vertelt hij in verschillende toonaarden en met nuance volksverhalen.


Het album opent met over deportatie verhalende Whitby Lad waarbij Davenport tevens gedeeltes uit Mike Waterson’s versie aan de zijne toevoegt. Verderop het album bezingt hij nogmaals de verschrikkingen van ballingschap binnen Jim Jones in Botany Bay. Het gaat om dezelfde baai waarin Whity Lad is gesitueerd. De klaaglijke melodie onderstreept de gevoelens van de onvrijwillig naar AustraliĆ« verscheepte bannelingen. Het opgewekt gebrachte Castle by the Sea staat in schril contrast met de wederwaardigheden van de geportretteerde seriemoordenaar in vervlogen tijden. Opvallend is vervolgens de ballade Farewell To Yorkshire die enige overeenkomst met de melodie van traditional Spencer The Rover kent.

De ballade Fair Rosamund kent de meest uitgewerkte orkestratie waarin een welhaast filmisch klinkende viool, viola en cello centraal staan. Even verderop het album blijkt Wooden Swords And May Queens over een wervelende blazerssectie te beschikken nadat het geheel met de samples van een radioprogramma opende. Titelsong Form The Bone Orchard opent met een mooie mandoline en dient als Davenports persoonlijke tribuut aan allen die de folk traditie levend wensen te houden en is doorspekt met gesampelde stemmen.



Verdere favorieten zijn wat mij betreft het door banjo en slide gitaar gedreven Creeping Jane en het door accordeon bepaalde Long Legged Lurcher Dog. Hier blijkt uiteindelijk ook de lange arm van de wet een aandeel in de bezongen strooppartij te hebben.
Het van fraaie draailier voorziene Bold Dragoon wordt gevolgd door het a capella gebrachte Banks Of Yarrow waarin Jim Causley tevens figureert. Davenport sluit af met Hymn  For The New Year. Hij presenteert dit lied als alternatief voor het bekende Auld Lang Syne, het nieuwe jaar mag hoopvol en positief bezien worden.


Ook op zijn tweede album The Bone Orchard is de Engelse folk traditie bij Gavin Davenport in kundige handen. Hij brengt die traditie met gedurfde arrangementen waardoor er een uitdagend en gevarieerd album ontstaat. Liefhebbers van het werk van o.a. Chris Sarjeant doen er goed aan hun oren hier ook eens aan te lenen.

Hans Jansen.

Releasedatum 11 maart 2013, Haystack Records.