"All music is folk music. I ain't never heard no horse sing a song" Louis Armstrong

zaterdag 7 september 2013

Lucy Ward, Single Flame

Middenin de renaissance van de Engelse folk debuteerde Lucy Ward ruim twee jaar geleden met het zeer overtuigende Adelphi Has To Fly. Zij bracht op dat album zowel traditionele als door haar zelf bewerkte Engelse folksongs vergezeld van eigen geschreven werk. Het geheel was duidelijk geworteld in een lange traditie van verhalende songs. Haar stem sprak mij meteen aan. Het charmante noord Engelse accent liet zowel allure als assertiviteit horen. Verder viel meteen de naturelle productie van Stu Hanna (Megson) op. Nergens was er sprake van overdreven effectbejag.

Voor nogal wat artiesten is het maken van een tweede album een bezoeking. Ook Ward kreeg hiermee te maken bij het samenstellen van haar nieuwste album Single Flame. Lange tijd was zij besluiteloos nu haar debuut Adelphi Has To Fly zo goed was ontvangen. Ze was bevreesd dat de nieuwe liedjes te ver van dat succesvolle album verwijderd zouden zijn. Uiteindelijk besloot ze zich simpelweg door haar eigen creativiteit mee te laten voeren. Zij koos ervoor om het gehele album met complexe arrangementen aan te kleden waarbij zij een poging deed om de teksten een centrale plek te blijven geven. De Engelse pers beoordeelt het nieuwe album onverdeeld positief. De algemene teneur is dat Ward met dit album een flinke stap vooruit heeft gezet.




De afgelopen weken heb ik verwoede pogingen gedaan om Single Flame tot mij door te laten dringen. De eerste luisterbeurten stranden echter halverwege daar ik de productie van Stu Hanna als te overdadig ervaar en deze het zicht op het geheel net iets teveel vertroebelt. 
 
Lucy Ward getuigt in haar teksten op Single Flame van de nodige maatschappelijke betrokkenheid. Zo verhaalt opener I Cannot Say I Will Not Speak van de teloorgang van de idealen van de jaren zestig generatie. In For The Dead Men probeert zij de stilzwijgende meerderheid te stimuleren om in actie te komen. Dit gaat echter nogal eens gepaard met opdringerig tromgeroffel waarin de stem van Ward wat mij betreft teveel verloren gaat. Even verderop wordt haar stem binnen I Cannot Say I Will Not Speak met effecten bijgestuurd. Het breed opgezette The Last Pirouette doet wat mij betreft enigszins gekunsteld aan. Indachtig het thema bezongen in Icarus worden er pogingen gedaan om tot ijle hoogtes te stijgen waarbij het B3 orgel van Hanna dienstig zou kunnen zijn. Ook hier overschaduwd de productie het geheel wat mij betreft teveel. 



Vanaf traditional Lord I Don’t Want To Die haak ik met genoegen weer aan. In gemodereerde vorm zou deze vreemde in eend in de bijt niet op Adelphi Has To Fly hebben misstaan. En dan voltrekt zich een klein wonder. Met eenvoudige toetsen, strijkers en een stem recht uit het hart wordt Ink gebracht. Dit raakt op alle plekken die de beste zangeressen in mijn collectie raken. Afsluiter Shellback doet het nog eens dunnetjes over. Gitaar, een paar door toetsen aangebrachte accenten vergezeld van Wards stem vertellen een verhaal dat dwars door de generaties heen gehoord en nagevoeld kan worden. Precies dat was de opzet van Ward: zingen over zaken waarmee je een emotionele band aan kan gaan en die echt betekenis voor anderen hebben.

Hans Jansen.

Website, http://www.lucywardsings.com/
Releasedatum 19 augustus 2013, Navigator Records