"All music is folk music. I ain't never heard no horse sing a song" Louis Armstrong

donderdag 5 september 2013

Martin Simpson, Vagrant Stanzas

Onlangs plaatste Hans hier mijn ode aan een van de groten uit de Britse folk, Martin Simpson. Daaruit bleek al dat hij een veelzijdige en kwalitatief hoogstaande  standaard hanteert. Vorige maand verscheen zijn nieuwe studio album Vagrant Stanzas. Vol hoge verwachtingen stopte ik mijn, persoonlijk door Martin gesigneerde, exemplaar in de cd speler. Om maar gelijk met de deur in huis te vallen; Vagrant Stanzas valt niet tegen, voldoet op de meeste fronten aan de verwachtingen en is en uitstekend opvolger van klasse albums als Prodigal Son, True Stories en Purpose + Grace. Het nieuwe album is niet met een vaste band opgenomen en is ook niet, zoals zijn voorganger Purpose + Grace met gastmuzikanten ingeblikt. Op dit nieuwe kleinood doet Martin het geheel solo en heeft er bovendien een dubbel album van weten te maken. Geproduceerd samen met collega singer songwriter en producer Richard Hawley weet Simpson met maar liefst 22 songs op de proppen te komen die spontaan, live en meestal in één take op de band geslingerd zijn. Er zijn slechts enkele overdubs toegepast.

Vagrant Stanzas vond ik een nogal opzienbarende titel ( het betekent zoveel als zwervende tekstdelen/strofes) en komt vanuit een zoektocht van Simpson naar banjo materiaal. Hij stuitte daarbij op één van zijn helden op dit instrument Buell Kazee, die eind jaren twintig zijn eerste opnamen maakte. Kazee verhaalt in een YouTube fimpje over zijn songwriting en technieken. In dat filmpje noemt hij zijn zwevende verzen vagrant stanzas. In het bijgeleverde boekje verhaalt Simpson uitgebreid over de keuze en invulling van de verschillende songs. Een mooi extraatje in een tijd waarin vele muziekliefhebbers zich d.m.v streamen of downloaden tot hun favoriete muziek wendden.
 
 
Geopend word er met een oude Amerikaanse song;  Diamond Joe waarin banjo en Martin’s warme, donkere stem direct een feest van herkenning zijn. Jackie And Murphy is een door Simpson geschreven song op aanvraag van June Tabor over de Engelse soldaat John “Jack” Simpson Kirkpatrick die in Turkije in de eerste wereldoorlog samen met een ezel vele gewonde soldaten uit het Australische en Nieuw-Zeelandse leger van de frontlinie naar het strand wist over te brengen en daarmee hun leven wist te redden. Het vervolg is Shepherd’s Rejoice een oude Engelse christmas carol die door Simpson echter intstrumentaal voorgedragen word. Daaropvolgend is er één van de hoogtepunten van het album aan bod; de cover Come Down Jehovah van een andere held van mij uit de Britse folk; Chris Wood. Dit nummer over geloof en ongeloof werd door Wood op zijn Trespasser album uit 2009 opgenomen maar hij stond het ook graag af aan Simpson en doet niet onder voor het origineel. Na het instrumentaaltje Molly As She Swings is er het indrukwekkende Palaces Of Gold over een ramp in het  plaatsje Aberfan in Zuid Wales, waar op 21 oktober 1966 in de vroege ochtend door zeer sterke regenval een afvalberg van de mijnen instortte en o.a een school bedolf. 144 mensen stierven waaronder 116 schoolkinderen. De song is geschreven door Leon Rosselson en o.a opgenomen door Simpson’s schoonvader Roy Bailey. Een indrukwekkende song die door Simpson met zeer veel compassie gebracht wordt.

Via het instrumentale Blue Eyed Boston Boy, waarvoor de inspiratie op de militaire begraafplaats van Annapolis lag, gaat het album door met Delta Dreams, waarvoor Simpson terug gaat naar de jaren negentig toen hij in New Orleans woonde en samen met Spencer Bohren een trip door de Mississippi delta maakte. Waly Waly kent de folk liefhebber van June Tabor’s Airs And Graces en mag een poetisch folknummer genoemd worden en heeft een link naar verschillende childs ballads. Verrassend is vervolgens de Bob Dylan cover North Country Blues over de ijzer mijnen in Minnesota. Dylan schreef dit nummer toen hij 22 jaar oud was in 1963 en was hierbij geïnspireerd door Woody Guthrie. Na Lorena, wederom een instrumentale track waarvan de basis ligt bij een Edgar Allen Poe gedicht, gaan we via Lady Gay tevens aan een child ballad gelinkt nummer( The Wife Of Usher’s Well – Child ballad 79 ) naar een Leonard Cohen cover te weten The Stranger Song. Simpson weet hier perfect de feel van Cohen weer te geven. Disc 1 sluit af met een Copper Family song Come Write Me Down.


 
Disc 2 opent met de Child ballad Fair Annie die Simpson al eens opnam voor zijn Bramble Briar album uit 2001. Dit is echter een uitgebreidere versie. Kaga Re leerde Simpson van een Pakistaanse zanger Arieb Azhar en is een liefdesballad die echter ook weer instrumentaal gebracht wordt. Na North Country Blues is ook Blind Willie McTell een cover van Bob Dylan en één van mijn favoriete Dylan songs. Simpson kan helaas niet tippen aan de versie van Dylan. Het mist iets wat ik niet goed onder woorden kan brengen, wellicht is het de kaalheid van deze versie en mis ik de knorrende stem van de meester hier wel. Old Paint is een nummer wat Simpson vroeger van een l.p. hoorde en hem de breedte van de folk muziek leerde horen. The Bell schreef Simpson voor het BBC radio programma The Ballad of The Games over de Olympische spelen van Berlijn in de jaren dertig. Vervolgens is er de compleet overbodige demo van opener Diamond Joe. Afsluitend zijn er nog de Child Ballad  The Death Of Queen Jane( Child 170) en de Dick Gaughan song The Green Linnet van zijn eerste album No More Forever wat een grote inspiratiebron van Simpson is.

Het gros van de songs heeft dus als thema die zwervende strofes waarmee ik de recensie inleidde. Simpson heeft op dit album een collectie songs bijeengeraapt die allen via omwegen en in basis vanuit andere songs of werelddelen een andere bestemming of nieuwe song hebben opgeleverd. Een mooi gegeven voor je album. Met de basis van dit album is dan ook alvast niets mis. Met betrekking tot de invulling zijn toch wel wat kritiekpuntjes aan te geven. Het gros van de nummers valt absoluut samen met de standaard die Simpson zijn laatste albums meegaf. Beste voorbeelden daarvan zijn Diamond Joe, Jackie And Murphy, Come Down Jehovah, Palaces Of Gold en Delta Dreams. Ook de covers North Country Blues en The Stranger Song mogen er zijn. Ook met de keuzes van traditionals is niets mis. De pijnpunten zitten hem voor mij in de naar verhouding vele instrumentale songs die dit dubbelalbum telt. Ze leiden mij op een gegeven moment af van de geweldige sterk verhalende songs wat mijns inziens Simpson’s grote kracht is. Daarbinnen is hij natuurlijk een gitarist van formaat. De instrumentale nummers hoeven dat niet meer te bewijzen. Tevens vind ik een dubbelalbum met alleen gitaar, banjo en zang een beetje veel van het goede. Op den duur ga ik toch wel een beetje franje missen wat bijvoorbeeld Purpose + Grace zo mooi ‘af’ maakte. Mocht Simpson gekozen hebben voor alleen de zangnummers voor dit album en her en der toch een collega gevraagd zou hebben ter ondersteuning dan zou dit album wederom met gemak in het rijtje Bramble Briar, Prodigal Son, Purpose + Grace, True Stories en Kind Letters vallen. Nu valt het net even een ietsje minder uit door de veelheid, zelfde soort invulling en de instrumentale nummers. Wat overblijft is natuurlijk nog altijd een album waarvan menig mannelijk Brits folkmuzikant droomt om te maken. Die basis van kwaliteit maakt ook nu dat, ondanks die kleine pijnpuntjes van kritiek,  dit een album blijft die door de jaren heen in basis fabelachtig blijft en zijn plek binnen mijn top 10 van 2013 echt wel gaat vinden.


Gastschrijver Arjan Post

Webpage http://www.martinsimpson.com/
Releasedatum 29 juli 2013, Topic